Art. 9 Richtlijn 93/15/EEG

Richtlijn 93/15/EEG

1. Explosieven die onder deze richtlijn vallen, mogen alleen volgens de procedure van de volgende leden worden overgebracht.

2. Het toezicht dat krachtens het Gemeenschaps- of het nationale recht wordt uitgeoefend op de overbrenging van de in deze richtlijn bedoelde explosieven waarop dit artikel van toepassing is, geschiedt niet meer als controle aan de binnengrenzen, doch uitsluitend in het kader van het normale toezicht dat op niet-discriminerende wijze over het gehele grondgebied van de Gemeenschap plaatsvindt.

3. Om explosieven te mogen overbrengen moet de verwerver van de bevoegde autoriteit van de plaats van bestemming een overbrengingsvergunning hebben gekregen. De bevoegde autoriteit gaat na of degene voor wie de explosieven bestemd zijn, wettelijk bevoegd is explosieven te verwerven en of hij in het bezit is van de vereiste licenties of vergunningen. De doorvoer van explosieven over het grondgebied van een of meer Lid-Staten wordt door de voor de overbrenging verantwoordelijke persoon gemeld aan de bevoegde autoriteiten van die Lid-Sta(a)t(en), die de overbrenging moeten goedkeuren.

4. Indien een Lid-Staat van mening is dat de in lid 3 bedoelde controle op de machtiging tot verwerving problemen oplevert, zendt die Lid-Staat ter zake de beschikbare gegevens aan de Commissie, die deze kwestie onverwijld aan het in artikel 13 bedoelde Comité voorlegt.

5. Indien de bevoegde autoriteit van de plaats van bestemming de overbrenging toestaat, verstrekt hij degene voor wie de explosieven zijn bestemd een vergunning waarin alle in lid 7 opgesomde inlichtingen zijn vermeld. Dat document vergezelt de explosieven tot aan de beoogde plaats van bestemming van de explosieven. Het wordt op verzoek van de bevoegde autoriteiten overgelegd. Een kopie van dit document wordt bewaard door degene voor wie de explosieven zijn bestemd en deze legt het aan de bevoegde autoriteit van de plaats van bestemming voor indien deze het wenst te onderzoeken.

6. Indien de bevoegde autoriteit van een Lid-Staat van oordeel is dat er geen bijzondere beveiligingseisen als bedoeld in lid 7 nodig zijn, mag de overbrenging van explosieven op het grondgebied van die Lid-Staat of op een deel daarvan zonder voorafgaande kennisgeving als bedoeld in lid 7 plaatsvinden. De bevoegde autoriteit van de plaats van bestemming geeft dan een overbrengingsvergunning van bepaalde duur af die te allen tijde bij een met redenen omkleed besluit kan worden geschorst of ingetrokken. Het in lid 5 bedoelde document dat de explosieven tot op de plaats van bestemming vergezelt, maakt dan uitsluitend van deze overbrengingsvergunning melding.

7. Wanneer de overbrengingen van explosieven specifieke controles vergen om na te gaan of zij voldoen aan bijzondere beveiligingseisen op het grondgebied van een Lid-Staat of op een gedeelte daarvan, worden, vóór de overbrenging plaatsvindt, de volgende gegevens door degene voor wie de zending is bestemd verstrekt aan de bevoegde autoriteit van de plaats van bestemming:

- naam en adres van de betrokkenen. Deze gegevens dienen voldoende gedetailleerd te zijn om het mogelijk te maken met de betrokkenen contact op te nemen enerzijds en zich ervan te vergewissen dat de betrokken personen officieel gemachtigd zijn om de zending in ontvangst te nemen anderzijds;

- aantal en hoeveelheid van de overgebrachte explosieven;

- een volledige beschrijving van de betrokken explosieven en de middelen waarmee deze kunnen worden geïdentificeerd, met inbegrip van het identificatienummer van de Verenigde Naties;

- de gegevens met betrekking tot de inachtneming van de voorwaarden voor het in de handel brengen, voor zover de explosieven in de handel worden gebracht;

- de wijze van overbrenging en de route;

- de geplande data van vertrek en aankomst;

- zo nodig, de precieze plaats waar de explosieven in de Lid-Staten worden binnengebracht, respectievelijk de Lid-Staten verlaten.

De bevoegde autoriteiten van de plaats van bestemming onderzoeken de voorwaarden waaronder de overbrenging moet geschieden, met name wat de bijzondere beveiligingseisen betreft. In de gevallen waarin aan de bijzondere eisen is voldaan, wordt de overbrenging toegestaan. In geval van doorvoer over het grondgebied van andere Lid-Staten worden de gegevens betreffende de overbrenging door deze Lid-Staten onder dezelfde voorwaarden onderzocht en goedgekeurd.

8. Onverminderd de normale controles die de Lid-Staat van vertrek overeenkomstig deze richtlijn op zijn grondgebied uitoefent, zenden degenen voor wie de explosieven bestemd zijn of de ondernemingen uit de sector explosieven op verzoek van de betrokken bevoegde autoriteiten alle te hunner beschikking staande relevante gegevens over overbrengingen van explosieven toe aan de Lid-Staten van vertrek en aan de Lid-Staten van doorvoer.

9. Geen enkele leverancier mag explosieven overbrengen zolang degene voor wie de explosieven bestemd zijn, niet in het bezit is van de vergunningen die daartoe op grond van de bepalingen van de leden 3, 5, 6 en 7 vereist zijn.