Art. 11 Richtlijn 93/15/EEG
In afwijking van artikel 9, leden 3, 5, 6 en 7, en artikel 10, kan een Lid-Staat, indien de veiligheid ernstig in gevaar wordt gebracht of dreigt te worden gebracht door het ongeoorloofde in bezit hebben of gebruik van onder deze richtlijn vallende explosieven of munitie, alle noodzakelijke maatregelen inzake het in bezit hebben of gebruik van explosieven of munitie treffen om voornoemd ongeoorloofd in bezit hebben of gebruik te voorkomen.
Deze maatregelen worden genomen met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel. Zij mogen noch een middel tot willekeurige discriminatie noch een verkapte beperking van de handel tussen de Lid-Staten vormen.
Elke Lid-Staat die dergelijke maatregelen treft, stelt de Commissie daarvan onverwijld in kennis. De Commissie stelt de andere Lid-Staten op de hoogte.