Art. 16 Verordening (EEG) nr. 3887/92

Verordening (EEG) nr. 3887/92

1. Elk jaar stellen de Lid-Staten de Commissie vóór 31 januari in kennis van hun voornemen om al of niet gebruik te maken van de in artikel 10 van Verordening (EEG) nr. 3508/92 bedoelde communautaire medefinanciering en dienen zij vóór 31 maart een gedetailleerde raming van de uitgaven voor het betrokken kalenderjaar alsmede een aanvraag om betaling van een voorschot bij haar in. Voor het jaar 1993 verrichten de Lid-Staten deze laatste indiening tegen 31 mei 1993.

2. Binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de ontvangst van de in lid 1 bedoelde ramingen onderwerpt de Commissie de aangiften aan een onderzoek en betaalt zij de Lid-Staat op basis van de verstrekte gegevens een voorschot op het definitieve bedrag van de communautaire bijdrage.

In voorkomend geval stelt de Commissie de betrokken Lid-Staten in kennis van de uitgaven die niet voor communautaire financiering in aanmerking komen.

3. Uiterlijk op 15 mei van elk jaar dient elke Lid-Staat een overzicht van de in het voorgaande jaar gedane uitgaven bij de Commissie in.

4. Binnen een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het overzicht van de uitgaven neemt de Commissie een besluit over het bedrag van de uitgaven die de Gemeenschap voor haar rekening neemt. Dit bedrag wordt aan de Lid-Staat betaald na aftrek van het in lid 2 bedoelde voorschot.

5. Indien het op grond van lid 2 bedoelde voorschot hoger is dan het bedrag van de gedane uitgaven die de Gemeenschap voor haar rekening neemt, wordt overgegaan tot vereffening van wat de Lid-Staat te veel heeft ontvangen, hetzij door het af te trekken van het voor het volgende jaar te betalen voorschot, hetzij door het te laten terugbetalen.

6. Indien een Lid-Staat de Commissie overeenkomstig lid 1 uitdrukkelijk in kennis heeft gesteld van zijn voornemen om geen gebruik te maken van de communautaire financiering, verdeelt de Commissie de niet-gebruikte bedragen overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 van Verordening (EEG) nr. 3508/92 over de Lid-Staten die het voornemen te kennen hebben gegeven om wel van de communautaire financiering gebruik te maken.

7. De Lid-Staten bewaren gedurende een periode van ten minste drie jaar na het betrokken begrotingsjaar alle betalingsdossiers en alle bewijsstukken inzake de uitgaven als bedoeld in artikel 10 van Verordening (EEG) nr. 3508/92.