Art. 42 Verordening (EEG) nr. 3886/92, Veebezettingsgetal
1. Voor elke producent die voor eenzelfde kalenderjaar
- de in artikel 6, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3508/92 bedoelde steunaanvraag voor oppervlakten, en
- ten minste één aanvraag voor een speciale premie of een zoogkoeienpremie
indient, stellen de bevoegde instanties het aantal GVE vast dat overeenkomt met het aantal dieren waarvoor een premie kan worden toegekend, rekening houdend met het voederareaal van zijn bedrijf.
2. Het aantal dieren dat in aanmerking komt voor de toepassing van het maximum van 15 GVE wordt berekend overeenkomstig artikel 4g, lid 3, eerste streepje, van Verordening (EEG) nr. 805/68.
3. Voor het bepalen van het veebezettingsgetal:
a) wordt rekening gehouden met de individuele referentiehoeveelheid voor melk die aan de producent is toegewezen aan het begin van de twaalfmaandelijkse periode van toepassing van de regeling inzake de extra heffing die in het betrokken kalenderjaar begint,
b) wordt het aantal melkkoeien dat nodig is voor de produktie van de bedoelde referentiehoeveelheid berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 25 van deze verordening.
4. Voor het bepalen van het aantal dieren waarvoor een premie kan worden toegekend:
a) wordt het overeenkomstig de voorschriften in het kader van het geïntegreerde systeem bepaalde aantal hectare vermeningvuldigd met het veebezettingsgetal dat geldt in het betrokken kalenderjaar;
b) wordt van het het daarbij verkregen cijfer het aantal GVE afgetrokken dat overeenkomt met het aantal melkkoeien dat nodig is om de aan de producent toegewezen referentiehoeveelheid melk te produceren;
c) en wordt van de uitkomst van deze berekening het aantal GVE afgetrokken dat overeenkomt met het aantal schapen en/of geiten waarvoor een premieaanvraag wordt ingediend.
Voor de toepassing van de in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2328/91 van de Raad (1) opgenomen omrekeningstabel worden melkkoeien gerekend voor 1,0 GVE. Het eindresultaat van deze berekeningen is het maximumaantal GVE waarvoor de speciale premie en de zoogkoeienpremie kunnen worden toegekend.
5. De Lid-Staten delen elke betrokken producent het voor hem geconstateerde veebezettingsgetal mede en het op basis daarvan berekende aantal GVE waarvoor een premie kan worden toegekend.