Art. 38 Verordening (EEG) nr. 3886/92, Specifieke bepalingen
1. Wanneer producenten de premie voor het eerst hebben aangevraagd voor 1991 of 1992:
a) verkrijgen zij, als zij het betrokken bedrijf hebben geërfd of overgenomen van een producent die de premie voor het referentiejaar heeft ontvangen en de rundveehouderij vervolgens heeft stopgezet, de premierechten die deze producent zou hebben gehad als bij de produktie tot in 1992 had voortgezet. In dit verband worden alleen aanvragen in aanmerking genomen die worden ingediend voor geërfde of overgenomen bedrijven,
b) en dat jaar onmiddellijk volgt op het door de Lid-Staat gekozen referentiejaar, kan de Lid-Staat, buiten de in artikel 4f, leden 1 en 3, van Verordening (EEG) nr. 805/68 bedoelde reserves om, aan deze producenten premierechten toekennen, op voorwaarde dat hun geen rechten worden toegewezen op grond van het bepaalde order a). Daarbij mogen echter in elke Lid-Staat premierechten worden toegekend voor ten hoogste het totale aantal potentiële premies dat voor producenten die de premie voor het referentiejaar hebben ontvangen en de produktie in het daaropvolgende kalenderjaar hebben beëindigd zonder bedrijfsopvolging of -overname, en voor de in lid 2 bedoelde producenten. Ingeval rechten worden toegekend voor een kleiner dan het bovenbedoelde totale aantal potentiële premies kunnen de rechten voor het resterende aantal worden opgenomen in de nationale reserve.
2. Aan producenten die de premie voor het referentiejaar hebben ontvangen en, ten gevolge van uitzonderlijke omstandigheden, voor het kalenderjaar 1991 en/of 1992 de premie niet hebben aangevraagd, maar de produktie niettemin hebben voortgezet, kunnen eventueel premierechten uit de nationale reserve worden toegekend.
3. Aan producenten die in het door de Lid-Staat gekozen referentiejaar hebben deelgenomen aan een programma tot extensivering van de produktie op grond van Verordening (EEG) nr. 797/85 van de Raad (11) worden, wanneer zij niet meer aan het programma deelnemen, op hun verzoek extra premierechten toegekend voor een aantal dieren dat gelijk is aan het verschil tussen het aantal premies dat is uitgekeerd voor het referentiejaar en het aantal premies dat is uitgekeerd voor het jaar dat voorafgaat aan dat waarin de producent voor het eerst aan het bedoelde programma deelnam. In dit geval:
a) mag deze producent zijn premierechten in de volgende drie kalenderjaren niet overdragen of tijdelijk overdragen,
b) ontneemt de Lid-Staat de producent, als deze in de volgende drie kalenderjaren niet al zijn premierechten heeft gebruikt, zijn premierechten voor het gemiddelde aantal dieren waarvoor deze rechten in de vorenbedoelde drie kalenderjaren niet zijn gebruikt, en neemt hij deze premierechten weer op in de nationale reserve.
4. Aan de producenten op de Canarische eilanden die de premie voor het eerst voor het kalenderjaar 1992 hebben aangevraagd, worden onder de volgende voorwaarden premierechten toegekend:
a) er wordt een regionaal maximum vastgesteld dat overeenkomt met het volgens de statistieken in het door Spanje gekozen referentiejaar op het betrokken grondgebied aanwezige aantal zoogkoeien, en dat niet hoger mag zijn dan in totaal 8 000;
b) binnen dit regionaal maximum wordt voor elke producent een individueel maximum vastgesteld, rekening houdend met het aantal dieren waarvoor de premie voor het kalenderjaar 1992 is toegekend en met de in artikel 4d, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 805/68 bedoelde correctie-elementen.
5. De Lid-Staten stellen de Commissie uiterlijk op 30 april 1993 in kennis van de bepalingen die zij ter uitvoering van deze regeling hebben vastgesteld en van het aantal premies waarvoor op grond van het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 rechten zijn toegekend.
6. Voor elke voor 1993 ingediende aanvraag voor een aantal premies dat groter is dan het op grond van artikel 27, lid 1, van deze verordening vastgestelde individueel maximum wordt het aangegeven aantal verminderd tot dit maximum.