Art. 8 Verordening (EEG) nr. 3600/92
1. Na ontvangst van de uitslagen van de bijkomende proeven, respectievelijk na ontvangst van de bijkomende gegevens dient de als rapporteur optredende Lid-Staat:
a) deze te onderzoeken samen met de resultaten van het voor de betrokken stof reeds ingediende dossier;
b) ervoor zorg te dragen dat het résumé van de bijkomende proeven en de uitslagen van deze proeven, respectievelijk de bijkomende gegevens onverwijld na dat onderzoek door de kennisgever aan de overige Lid-Staten en aan de Commissie worden gezonden;
c) de Commissie zo snel mogelijk, en uiterlijk binnen negen maanden nadat de uitslagen of de gegevens zijn ontvangen, het verslag met zijn evaluatie van het hele dossier toe te zenden, waarbij een aanbeveling wordt gevoegd om:
- de werkzame stof in bijlage I van de richtlijn op te nemen, met vermelding van de aan opneming verbonden voorwaarden,
- wanneer de stof reeds in bijlage I is opgenomen, de voorwaarden voor opneming te handhaven of te wijzigen,
- de werkzame stof uit de markt te nemen,
- de werkzame stof voorlopig uit de markt te nemen met de mogelijkheid om deze later alsnog in bijlage I op te nemen nadat de uitslagen van bepaalde bijkomende proeven, respectievelijk bepaalde bijkomende gegevens zijn ontvangen ter opheldering van punten die bij de overeenkomstig artikel 7, lid 4, verstrekte uitslagen van bijkomende proeven, respectievelijk bijkomende gegevens nog open waren gebleven,
of
- wanneer de uitslagen van de bijkomende proeven, respectievelijk de bijkomende gegevens geen definitieve gevolgtrekkingen toelaten, geen beslissing te nemen totdat ter opheldering van punten die bij de overeenkomstig artikel 7, lid 4, verstrekte uitslagen van bijkomende proeven nog open waren gebleven, de uitslagen van bepaalde nog andere bijkomende proeven zijn ontvangen.
2. Voor de in lid 1, onder a), bedoelde onderzoeken geldt de procedure van artikel 7, lid 2.
3. Na ontvangst van het in lid 1 bedoelde résumé en verslag zendt de Commissie deze aan het Comité ter bespreking in het licht van het overeenkomstig artikel 7, lid 3, eerste alinea, reeds uitgevoerde onderzoek.
Wanneer deze bespreking is afgerond, legt de Commissie, onverminderd eventuele voorstellen harerzijds tot wijziging van de bijlage bij Richtlijn 79/117/EEG, krachtens het bepaalde bij artikel 8, lid 2, vierde alinea, van de richtlijn bij het Comité of wel een ontwerp-besluit voor om de betrokken werkzame stof in bijlage I bij de richtlijn op te nemen, met eventueel de voorwaarden waaronder die stof wordt opgenomen, of wel een ontwerp-besluit om de werkzame stof daarin niet op te nemen. Wanneer de werkzame stof reeds in genoemde bijlage is opgenomen, kan het ontwerp-besluit in de aan de opneming verbonden voorwaarden wijziging brengen.
4. Wanneer na de in artikel 8, lid 3, eerste alinea, bedoelde bespreking in het Comité blijkt dat uitslagen van nog andere bijkomende proeven vereist zijn, geldt het bepaalde in artikel 7, leden 4 en 5, en in artikel 8, lid 1. In dergelijke gevallen deelt de Commissie de kennisgevers uitvoerig haar redenen mede om bijkomende proeven te verlangen.