Art. 6 Verordening (EEG) nr. 3600/92
1. De kennisgevers als bedoeld in de in artikel 5 bedoelde verordening zenden binnen de in dat artikel, lid 4, derde streepje, bedoelde termijn individueel of collectief de volgende documenten aan de daartoe aangewezen autoriteit van de voor de betrokken werkzame stof als rapporteur optredende Lid-Staat:
a) de samenvatting van het dossier als bedoeld in lid 2 van het onderhavige artikel
en
b) het volledige dossier als bedoeld in lid 3 van het onderhavige artikel.
Zij zenden deze documenten ook toe aan de in artikel 7, lid 2, bedoelde deskundigen en, desgevraagd, aan de in artikel 3 bedoelde bevoegde autoriteit van elk van de Lid-Staten.
Wanneer in de in artikel 5, lid 4, bedoelde verordening verscheidene kennisgevingen worden vermeld, ondernemen de betrokken kennisgevers alle redelijke stappen om de in de eerste alinea bedoelde dossiers collectief in te dienen. Wanneer het dossier niet door alle betrokken kennisgevers gezamenlijk wordt ingediend, wordt in dat dossier melding gemaakt van de gedane inspanningen en van de redenen waarom bepaalde producenten niet hebben meegewerkt.
2. De samenvatting van het dossier omvat:
a) een kopie van de kennisgeving; wanneer verscheidene producenten een gezamenlijke aanvraag hebben ingediend, een kopie van de kennisgevingen die overeenkomstig artikel 4 zijn gedaan en de naam van de persoon die door de betrokken producenten als verantwoordelijke voor het gezamenlijke dossier en voor de afhandeling ervan overeenkomstig het bepaalde in deze verordening is aangewezen;
b) de aanbevolen voorwaarden waaronder de werkzame stof kan worden gebruikt in verband met de opneming ervan in bijlage I bij de richtlijn;
c) voor elk van de in bijlage II bij de richtlijn genoemde punten: de beschikbare samenvattingen en uitslagen van de proeven, de naam van de persoon die of van het instituut dat de proeven heeft uitgevoerd; dezelfde gegevens voor elk van de in bijlage III bij de richtlijn genoemde punten die voor de beoordeling van de in artikel 5 van de richtlijn genoemde criteria relevant zijn, en voor een of meer preparaten die representatief zijn voor de onder b) bedoelde omstandigheden waaronder het produkt kan worden gebruikt;
d) wanneer voor bepaalde, onder c), bedoelde punten geen informatie beschikbaar is:
- of wel, overeenkomstig de inleiding van de bijlagen II en III van de richtlijn, de wetenschappelijke of technische redenen waarom de informatie voor toetsing van de werkzame stof aan de in artikel 5 van de richtlijn genoemde criteria niet noodzakelijk is;
- of wel een verbintenis van de producent, respectievelijk producenten door wie het dossier wordt ingediend, om de ontbrekende informatie op een later tijdstip te zenden; daarbij worden ingediend een gedetailleerd tijdschema en documenten waaruit blijkt dat aan de verbintenis kan worden voldaan.
3. Het volledige dossier omvat de officiële rapporten en de volledige onderzoekverslagen met betrekking tot alle in lid 2, onder c), bedoelde informatie.
4. Wanneer voor een bepaalde werkzame stof de in lid 1 bedoelde dossiers niet binnen de in artikel 5, lid 4, vastgestelde termijn zijn ingediend of wanneer de ingediende dossiers duidelijk niet aan de in de leden 2 en 3 vervatte eisen voldoen, deelt de als rapporteur optredende Lid-Staat dit, onder opgave van de door de kennisgevers aangevoerde redenen aan de Commissie mede.
5. Op grond van het verslag van de in lid 4 bedoelde, als rapporteur optredende Lid-Staat dient de Commissie overeenkomstig het bepaalde in artikel 8, lid 2, laatste alinea, van de richtlijn bij het Comité een ontwerp-besluit in om de werkzame stof niet in bijlage I van de richtlijn op te nemen, tenzij:
- voor de indiening van een dossier dat aan de in de leden 2 en 3 vastgestelde eisen voldoet, een nieuwe termijn is vastgesteld en dit slechts gebeurt wanneer wordt aangetoond dat de vertraging het gevolg is van pogingen om collectieve dossiers in te dienen, of van overmacht;
- een Lid-Staat de Commissie de wens te kennen geeft de betrokken werkzame stof in bijlage I bij de richtlijn opgenomen te zien en daarbij verklaart bereid te zijn de in lid 1 bedoelde dossiers samen te stellen en de in de artikelen 7 en 8 vermelde verplichtingen van kennisgever na te komen.