Art. 94 Verordening (EEG) nr. 2913/92

Verordening (EEG) nr. 2913/92

1. Onder voorbehoud van artikel 95 is de aangever verplicht een zekerheid te stellen als waarborg voor de betaling van de douaneschuld en van de andere belastingschulden die ten aanzien van de goederen kunnen ontstaan.

2. Behalve in naar behoefte volgens de procedure van het Comité vast te stellen gevallen, dient er geen zekerheid te worden gesteld voor:

a) het vervoer over zee en door de lucht;

b) het vervoer van goederen over de Rijn en de Rijnvaartwegen;

c) het vervoer door middel van pijpleidingen;

d) het door de spoorwegmaatschappijen van de Lid-Staten verrichte vervoer.

3. Volgens de procedure van het Comité wordt bepaald in welke gevallen ontheffing van zekerheidstelling wordt verleend voor het vervoer van goederen over andere dan de in lid 2, onder b), bedoelde binnenwateren.