Art. 91
1. De regeling extern douanevervoer maakt het vervoer mogelijk van een plaats in het douanegebied van de Gemeenschap naar een andere plaats in het douanegebied van de Gemeenschap:
a) van niet-communautaire goederen zonder dat deze goederen aan rechten bij invoer en andere belastingen of aan handelspolitieke maatregelen worden onderworpen;
b) van communautaire goederen die het voorwerp zijn van een communautaire maatregel die hun uitvoer naar derde landen noodzakelijk maakt en waarvoor de overeenkomstige douaneformaliteiten bij uitvoer zijn vervuld.
2. Het in lid 1 bedoelde vervoer geschiedt:
a) hetzij met toepassing van de regeling extern communautair douanevervoer;
b) hetzij onder geleide van een carnet TIR (TIR-Overeenkomst), op voorwaarde dat
1. dit vervoer buiten de Gemeenschap is begonnen of zal eindigen, dan wel dat
2. dit vervoer betrekking heeft op zendingen van goederen die in het douanegebied van de Gemeenschap moeten worden gelost en die worden vervoerd samen met in een derde land te lossen goederen, of dat
3. dit vervoer geschiedt van één plaats in de Gemeenschap naar een andere plaats in de Gemeenschap over het grondgebied van een derde land;
c) hetzij onder geleide van een carnet ATA (ATA-Overeenkomst) dat wordt gebruikt als document voor douanevervoer;
d) hetzij onder geleide van het Rijnvaartmanifest (artikel 9 van de Herziene Rijnvaartakte);
e) hetzij onder geleide van het formulier 302 dat is voorgeschreven in het kader van het op 19 juni 1951 te Londen ondertekende Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noordatlantisch Verdrag, nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten;
f) hetzij door middel van postzendingen (postcolli daaronder begrepen).
3. De regeling extern douanevervoer doet geen afbreuk aan de specifieke bepalingen die van toepassing zijn op het vervoer van goederen die onder een economische douaneregeling zijn geplaatst.