Art. 148 Verordening (EEG) nr. 2913/92

Verordening (EEG) nr. 2913/92

De vergunning wordt slechts verleend;

a) aan in de Gemeenschap gevestigde personen;

b) indien wordt geoordeeld dat zal kunnen worden vastgesteld dat de veredelingsprodukten het resultaat zijn van de behandeling van de tijdelijk uitgevoerde goederen.

De gevallen waarin afwijkingen van het bepaalde onder b) van toepassing kunnen zijn en de voorwaarden waaronder deze afwijkingen van toepassing zijn, worden vastgesteld volgens de procedure van het Comité;

c) indien gebruikmaking van de regeling passieve veredeling er niet toe leidt dat de wezenlijke belangen van de communautaire veredelaars ernstig worden geschaad (economische voorwaarden).

III. Werking van de regeling