Art. 143 Verordening (EEG) nr. 2913/92
1. Het bedrag van de rechten bij invoer die verschuldigd zijn ten aanzien van goederen die onder de regeling tijdelijke invoer met gedeeltelijke vrijstelling van de rechten bij invoer zijn geplaatst, wordt per maand of gedeelte van een maand dat de goederen zich onder de regeling tijdelijke invoer met gedeeltelijke vrijstelling hebben bevonden, vastgesteld op 3 % van het bedrag van de rechten die over de genoemde goederen zouden zijn geheven indien deze op de datum waarop zij onder de regeling tijdelijke invoer werden geplaatst, in het vrije verkeer zouden zijn gebracht.
2. Het bedrag van de te heffen rechten bij invoer mag niet hoger zijn dan het bedrag dat zou zijn geheven indien de betrokken goederen op de datum waarop zij onder de regeling tijdelijke invoer werden geplaatst, in het vrije verkeer zouden zijn gebracht, waarbij de eventueel verschuldigde interesten buiten beschouwing worden gelaten.
3. Overdracht van de rechten en verplichtingen welke uit de regeling tijdelijke invoer voortvloeien, overeenkomstig artikel 90, houdt niet in dat dezelfde vrijstellingsregeling moet worden toegepast voor elk van de in aanmerking te nemen gebruiksperioden.
4. Geschiedt de in lid 3 bedoelde overdracht met toepassing van het systeem van gedeeltelijke vrijstelling voor beide personen die in de loop van een zelfde maand subject van de regeling zijn, dan is de eerste van de twee schuldenaar voor het voor die gehele maand verschuldigde bedrag aan rechten bij invoer.