Art. 151 Verordening (EEG) nr. 2913/92
1. De hoogte van de gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de rechten bij invoer als bedoeld in artikel 145 wordt vastgesteld door het bedrag van de rechten bij invoer die op de in het vrije verkeer gebrachte veredelingsprodukten van toepassing zijn, te verminderen met het bedrag van de rechten bij invoer die op dezelfde datum op de tijdelijk uitgevoerde goederen van toepassing zouden zijn, indien deze goederen uit het land waar de veredelingshandeling of de laatste veredelingshandeling is verricht, in het douanegebied van de Gemeenschap zouden worden ingevoerd.
2. Het krachtens lid 1 in mindering te brengen bedrag wordt berekend aan de hand van de hoeveelheid en de soort van de betrokken goederen op de datum van aanvaarding van de aangifte tot plaatsing onder de regeling passieve veredeling en op grond van de andere heffingselementen die op deze goederen van toepassing zijn op de datum van aanvaarding van de aangifte tot het in het vrije verkeer brengen van de veredelingsprodukten.
De waarde van de tijdelijk uitgevoerde goederen is die welke voor deze goederen in aanmerking wordt genomen bij het vaststellen van de douanewaarde van de veredelingsprodukten overeenkomstig artikel 32, lid 1, onder b), i) of, indien de waarde niet op deze wijze kan worden vastgesteld, het verschil tussen de douanewaarde van de veredelingsprodukten en de met redelijke middelen vastgestelde veredelingskosten.
Niettemin:
- worden bepaalde, volgens de procedure van het Comité vastgestelde heffingen voor de berekening van het in mindering te brengen bedrag niet in aanmerking genomen;
- is, indien de tijdelijk uitgevoerde goederen, alvorens zij onder de regeling passieve veredeling werden geplaatst, wegens hun bijzondere bestemming met toepassing van een verlaagd recht in het vrije verkeer waren gebracht en zolang de voorwaarden voor de toekenning van dit verlaagde recht blijven gelden, het in mindering te brengen bedrag gelijk aan het daadwerkelijk bij het in vrije verkeer brengen geïnde bedrag van de rechten bij invoer.
3. Indien voor de tijdelijk uitgevoerde goederen bij het in het vrije verkeer brengen een verlaagd recht of een nulrecht zou kunnen gelden wegens een bijzondere bestemming, wordt dit recht in aanmerking genomen voor zover deze goederen in het land waar de veredelingshandeling of de laatste veredelingshandeling is verricht, dezelfde veredelingshandelingen hebben ondergaan als die waarin voor een dergelijke bestemming is voorzien.
4. Indien voor de veredelingsprodukten een preferentiële tariefmaatregel geldt in de zin van artikel 20, lid 3, onder d) of e), en wanneer deze maatregel ook bestaat voor goederen met dezelfde tariefindeling als de tijdelijk uitgevoerde goederen, zijn de rechten bij invoer die voor de berekening van het krachtens lid 1 in mindering te brengen bedrag in aanmerking moeten worden genomen, gelijk aan de rechten welke van toepassing zouden zijn indien de tijdelijk uitgevoerde goederen zouden voldoen aan de voorwaarden krachtens welke deze preferentiële tariefmaatregel kan worden toegepast.
5. Dit artikel doet geen afbreuk aan de toepassing van de bepalingen die zijn of kunnen worden vastgesteld in het kader van het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en derde landen waarbij voor bepaalde veredelingsprodukten vrijstelling van de rechten bij invoer wordt verleend.