Art. 140 Verordening (EEG) nr. 2913/92

Verordening (EEG) nr. 2913/92

1. De douaneautoriteiten stellen de termijn vast waarbinnen de invoergoederen wederuitgevoerd moeten zijn of een nieuwe douanebestemming moeten hebben gekregen. Deze termijn moet lang genoeg zijn om het doel van het toegestane gebruik te bereiken.

2. Onverminderd de overeenkomstig artikel 141 vastgestelde bijzondere termijnen mogen goederen zich 24 maanden onder de regeling tijdelijke invoer bevinden. De douaneautoriteiten kunnen echter, in overleg met de betrokkene, kortere termijnen vaststellen.

3. Wanneer uitzonderlijke omstandigheden zulks rechtvaardigen, kunnen de douaneautoriteiten de in de leden 1 en 2 bedoelde termijnen evenwel op verzoek van de betrokkene binnen redelijke grenzen verlengen, om het toegestane gebruik mogelijk te maken.