Art. 119 Verordening (EEG) nr. 2913/92
1. De douaneautoriteiten stellen hetzij de opbrengst van de veredelingshandeling vast, hetzij, in voorkomend geval, de wijze waarop deze opbrengst wordt bepaald. De opbrengst wordt vastgesteld met inachtneming van de werkelijke omstandigheden waaronder de veredelingshandeling geschiedt of zal geschieden.
2. Wanneer de omstandigheden zulks rechtvaardigen en met name wanneer het veredelingshandelingen betreft die van oudsher verlopen onder duidelijk omschreven technische voorwaarden en die betrekking hebben op goederen met vrijwel constante eigenschappen, waardoor veredelingsprodukten van constante kwaliteit worden verkregen, kunnen volgens de procedure van het Comité forfaitaire opbrengstpercentages worden vastgesteld op grond van vooraf vastgestelde feitelijke gegevens.