Art. 112 Verordening (EEG) nr. 2913/92

Verordening (EEG) nr. 2913/92

1. Wanneer ten aanzien van invoergoederen een douaneschuld ontstaat en de douanewaarde van deze goederen gebaseerd is op een werkelijk betaalde of te betalen prijs die ook de kosten van het opslaan en het in goede staat bewaren van de goederen gedurende het verblijf in het entrepot omvat, behoeven deze kosten niet in de douanewaarde te worden begrepen, op voorwaarde dat zij onderscheiden zijn van de voor de goederen werkelijk betaalde of te betalen prijs.

2. Wanneer de in lid 1 bedoelde goederen gebruikelijke behandelingen in de zin van artikel 109 hebben ondergaan, wordt, op verzoek van de aangever, voor het vaststellen van het bedrag van de rechten bij invoer uitgegaan van de soort, de douanewaarde en de hoeveelheid die op het in artikel 214 bedoelde tijdstip in aanmerking zouden zijn genomen indien de goederen niet aan de genoemde behandelingen waren onderworpen. Volgens de procedure van het Comité kunnen echter afwijkingen van deze bepaling worden vastgesteld.

3. Worden de invoergoederen overeenkomstig artikel 76 in het vrije verkeer gebracht zonder bij de douane te zijn aangebracht en voordat de desbetreffende aangifte is ingediend en zijn de heffingsgrondslagen voor deze goederen erkend of toegestaan bij de plaatsing ervan onder het stelsel van douane-entrepots, dan worden deze grondslagen geacht die te zijn welke overeenkomstig artikel 214 in aanmerking moeten worden genomen, onverminderd een controle achteraf in de zin van artikel 78.