Art. 7 Verordening (EEG) nr. 2409/92

Verordening (EEG) nr. 2409/92

1. Op verzoek van een geinvolveerde Lid-Staat gaat de Commissie na of een besluit om al of niet op te treden krachtens artikel 6, voldoet aan de criteria van artikel 6, lid 1. De Lid-Staat licht tegelijkertijd de andere betrokken Lid-Staat (Lid-Staten) en de betrokken luchtvaartmaatschappij(en) in. De Commissie maakt zonder verwijl in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekend dat het passagierstarief (de passagierstarieven) voor onderzoek is (zijn) ingediend.

2. Niettegenstaande lid 1 kan de Commissie, op basis van een klacht van een partij die een rechtmatig belang heeft, nagaan of de passagierstarieven in overeenstemming zijn met de criteria van artikel 6, lid 1. De Commissie maakt zonder verwijl in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekend dat het passagierstarief (de passagierstarieven) voor onderzoek is (zijn) ingediend.

3. Een op het ogenblik van de indiening overeenkomstig lid 1 geldend passagierstarief blijft tijdens het onderzoek van kracht. Wanneer evenwel de Commissie, of de Raad overeenkomstig lid 8, niet langer dan zes maanden van tevoren heeft besloten dat een soortgelijk of een lager niveau van het basistarief op het betrokken stedenpaar niet in overeenstemming is met de criteria van artikel 6, lid 1, onder a), blijft het passagierstarief tijdens het onderzoek niet van kracht.

Voorts mag de betrokken luchtvaartmaatschappij, wanneer lid 6 is toegepast, tijdens het onderzoek door de Commissie geen hoger basistarief toepassen dan dat wat onmiddellijk vóór het door de Commissie onderzochte basistarief van toepassing was.

4. In overleg met de betrokken Lid-Staten neemt de Commissie zo spoedig mogelijk en in ieder geval niet later dan 20 werkdagen na ontvangst van voldoende inlichtingen van de betrokken luchtvaartmaatschappij(en), een besluit. De Commissie houdt rekening met alle van de belanghebbende partijen ontvangen informatie.

5. Wanneer een luchtvaartmaatschappij de gevraagde inlichtingen niet binnen de door de Commissie gestelde termijn verstrekt of onvolledige inlichtingen verstrekt, verzoekt de Commissie bij beschikking om de te verstrekken inlichtingen; in de beschikking wordt vermeld welke inlichtingen vereist zijn en wordt een passende termijn vastgesteld waarbinnen deze moeten worden verstrekt.

6. De Commissie kan bij beschikking besluiten dat een geldend passagierstarief in afwachting van haar uiteindelijke besluit wordt ingetrokken wanneer een luchtvaartmaatschappij onjuiste of onvolledige inlichtingen verstrekt, of de inlichtingen niet verstrekt binnen de termijn die bij beschikking overeenkomstig lid 5 is vastgesteld.

7. De Commissie stelt de betrokken Lid-Staat (Lid-Staten) en de betrokken luchtvaartmaatschappij(en) zonder verwijl in kennis van haar met redenen omkleed besluit als bedoeld in lid 4 en lid 6.

8. Een betrokken Lid-Staat kan het besluit van de Commissie uit hoofde van lid 4 binnen een termijn van een maand bij de Raad aanhangig maken. De Raad kan binnen een periode van één maand met gekwalificeerde meerderheid een andersluidend besluit nemen.

9. De betrokken Lid-Staten zorgen ervoor dat het besluit van de Commissie wordt uitgevoerd, tenzij het door de Raad wordt onderzocht of de Raad een andersluidend besluit heeft genomen overeenkomstig lid 8.

Vorige artikelen

Volgende artikelen