Art. 5 Verordening (EEG) nr. 2409/92

Verordening (EEG) nr. 2409/92

1. Onverminderd deze verordening worden de passagierstarieven door de communautaire luchtvaartmaatschappijen vrij vastgesteld.

2. De betrokken Lid-Staat (Lid-Staten) mag (mogen) zonder discriminatie op grond van de nationaliteit of de identiteit van de luchtvaartmaatschappij eisen dat de passagierstarieven hem (hun) op de door hem (hen) voorgeschreven wijze worden meegedeeld. Die mededeling behoeft echter niet eerder te geschieden dan 24 uur (waarin een werkdag is begrepen) voordat genoemde tarieven van kracht worden, behoudens bij aanpassing van een tarief aan een bestaand tarief waarvoor voorafgaande kennisgeving volstaat.

3. Vóór 1 april 1997 mag een Lid-Staat eisen dat voor binnenlandse routes waarop niet meer dan één luchtvaartmaatschappij waaraan hij een exploitatievergunning heeft verleend, of twee samenwerkende luchtvaartmaatschappijen waaraan hij een exploitatievergunning heeft verleend, werkzaam is of zijn, de mededeling van tarieven geschiedt meer dan één werkdag maar niet meer dan één maand voordat de tarieven van kracht worden.

4. Een passagierstarief mag voor verkoop en vervoer beschikbaar zijn zolang het niet is ingetrokken overeenkomstig artikel 6 of 7.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen