Art. 10 Verordening (EEG) nr. 2408/92
1. Capaciteitsbeperkingen gelden niet voor onder deze verordening vallende luchtdiensten, behalve onder de in de artikelen 8 en 9 en in dit artikel vermelde omstandigheden.
2. Wanneer de toepassing van lid 1 ernstig financieel nadeel heeft veroorzaakt voor (een) luchtvaartmaatschappij(en) waaraan de Lid-Staat een vergunning heeft verleend, stelt de Commissie op verzoek van die Lid-Staat een onderzoek in; op basis van alle relevante factoren, met inbegrip van de marktsituatie, waarbij met name wordt bezien of er een situatie bestaat waarin aan de kansen van de luchtvaartmaatschappijen van de Lid-Staat om daadwerkelijk op de markt te concurreren overmatig afbreuk wordt gedaan, de financiële situatie van de betrokken luchtvaartmaatschappij(en) en de bereikte bezettingsgraden, besluit de Commissie of de capaciteit voor geregelde luchtdiensten naar en vanuit deze Staat voor een beperkte periode dient te worden gestabiliseerd.
3. De Commissie deelt haar besluit mee aan de Raad en aan de Lid-Staten. Iedere Lid-Staat kan het besluit van de Commissie binnen één maand aan de Raad voorleggen. De Raad kan in uitzonderlijke omstandigheden binnen één maand met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen.