Art. 3 Verordening (EEG) nr. 689/92

Verordening (EEG) nr. 689/92

1. Een aanbieding voor interventie is slechts ontvankelijk als ze wordt ingediend op een formulier van het interventiebureau, waarop inzonderheid de volgende gegevens zijn vermeld:

- naam van de aanbieder,

- aangeboden graansoort,

- plaats van opslag van de aangeboden granen,

- hoeveelheid, voornaamste kenmerken en oogstjaar van de aangeboden granen,

- interventiecentrum waarvoor de aanbieding wordt gedaan.

Het formulier bevat voorts een verklaring dat het produkten van oorsprong uit de Gemeenschap betreft of, voor granen waarvoor interventie afhankelijk is van specifieke voorwaarden naar gelang van het produktiegebied, de vermelding van het gebied waar ze zijn geproduceerd.

Het interventiebureau kan evenwel ook aanbiedingen aanvaarden die in een andere schriftelijke vorm, bij voorbeeld via telecommunicatie, zijn ingediend, op voorwaarde dat daarin alle gegevens staan die in het in de eerste alinea bedoelde formulier moeten worden vermeld.

Zonder dat zulks afbreuk doet aan de geldigheid van overeenkomstig de derde alinea ingediende aanbiedingen vanaf de dag van hun indiening, kunnen de Lid-Staten verlangen dat de aanbieding door toezending of afgifte van het in de eerste alinea bedoelde formulier aan de bevoegde instantie wordt bevestigd.

2. Indien de aanbieding niet ontvankelijk is, wordt de betrokken marktdeelnemer daarvan door het interventiebureau in kennis gesteld binnen vijf werkdagen na de ontvangst van de aanbieding.

3. Indien de aanbieding ontvankelijk is, wordt de betrokken marktdeelnemer zo spoedig mogelijk de opslagplaats waar de granen moeten worden overgenomen en het leveringsschema medegedeeld.

Dit leveringsschema kan op verzoek van de aanbieder of van de opslaghouder door het interventiebureau worden gewijzigd.

De laatste levering geschiedt uiterlijk aan het einde van de vierde maand na de maand van ontvangst van de aanbieding, maar in Spanje, Griekenland, Italië en Portugal uiterlijk op 1 juli en in de andere Lid-Staten uiterlijk op 31 juli.

4. De aangeboden granen worden door het interventiebureau overgenomen zodra dit bureau of zijn vertegenwoordiger de hoeveelheid en de in de bijlage aangegeven minimumkenmerken van de gehele partij franco interventieopslagplaats geleverde produkten heeft geconstateerd.

5. De kwaliteitskenmerken worden geconstateerd aan de hand van een representatief monster van de aangeboden partij dat is samengesteld uit monsters die met een frequentie van één monster per leverantie, en ten minste één monster per 60 ton, zijn genomen.

6. a) De geleverde hoeveelheid moet worden geconstateerd door weging in aanwezigheid van de aanbieder en van een vertegenwoordiger van het interventiebureau die onafhankelijk staat ten opzichte van de aanbieder.

De vertegenwoordiger van het interventiebureau kan ook de opslaghouder zijn. In dat geval

- voert het interventiebureau later zelf een controle uit die minstens een meting van het volume omvat; het eventuele verschil tussen de gewogen hoeveelheid en de aan de hand van de meting van het volume berekende hoeveelheid mag niet groter zijn dan 4 % voor produkten in horizontale opslagvoorzieningen en niet meer dan 2 % voor in silo's opgeslagen produkten;

- neemt de opslaghouder alle kosten voor het manco boven de in het eerste streepje genoemde toleranties voor zijn rekening.

b) Indien de granen worden overgenomen in de opslagplaats waar ze zich bevinden op het tijdstip van de aanbieding, kan de hoeveelheid worden geconstateerd op basis van de voorraadboekhouding, die moet voldoen aan de professionele normen en aan de eisen die het interventiebureau kan vaststellen, met dien verstande bovendien dat

- in de voorraadboekhouding het door weging geconstateerde gewicht, de fysieke kwaliteitskenmerken op het tijdstip van de weging, en met name het vochtgehalte, de eventuele overbrenging naar een andere silo, en alle uitgevoerde behandelingen worden aangegeven; de weging mag niet langer dan tien maanden geleden hebben plaatsgevonden;

- de opslaghouder verklaart dat de aangeboden partij op alle punten beantwoordt aan de in de voorraadboekhouding opgenomen gegevens;

- de op het tijdstip van de weging geconstateerde kwaliteitskenmerken overeenstemmen met die van het representatieve monster dat is samengesteld uit monsters die door het interventiebureau of zijn vertegenwoordiger met een frequentie van één monster per 60 ton zijn genomen.

Bij toepassing van de eerste alinea

- moet het gewicht in aanmerking worden genomen dat is aangegeven in de voorraadboekhouding, maar dat eventueel wordt aangepast om rekening te houden met het verschil tussen het bij de weging vastgestelde vochtgehalte en dat van het representatieve monster;

- voert het interventiebureau later een controlemeting van het volume uit; het eventuele verschil tussen de gewogen hoeveelheid en de aan de hand van de meting van het volume berekende hoeveelheid mag niet groter zijn dan 4 % voor produkten in horizontale opslagvoorzieningen en niet meer dan 2 % voor in silo's opgeslagen produkten;

- neemt de opslaghouder de kosten voor het manco boven de in het tweede streepje genoemde toleranties voor zijn rekening.

7. Het interventiebureau laat onder zijn verantwoordelijkheid analyses van de fysieke en de technische kenmerken van de genomen monsters uitvoeren binnen twintig werkdagen na de samenstelling van het representatieve monster.

Indien uit deze analyses blijkt dat de aangeboden granen niet de voor interventie vereiste minimumkwaliteit hebben, neemt de aanbieder ze op zijn kosten terug. Hij neemt eveneens alle gemaakte kosten voor zijn rekening.

De kosten voor het bepalen van het tanninegehalte van sorgho, van het valgetal (Hagberg) en van het eiwitgehalte van durum tarwe, zijn voor rekening van de aanbieder.

In geval van betwisting laat het interventiebureau de vereiste controles op de betrokken produkten opnieuw uitvoeren, in welk geval de kosten daarvan voor rekening van de verliezende partij komen.

8. Het interventiebureau stelt voor elke aanbieding een overnamebewijs op waarin worden vermeld:

- de datum van controle van de hoeveelheid en van de minimumkenmerken,

- het geleverde gewicht,

- het aantal monsters dat is genomen om het representatieve monster samen te stellen,

- de geconstateerde fysieke kenmerken,

- de instantie die is belast met de analyses met betrekking tot de technische criteria en de uitkomsten daarvan.

Het gedateerde overnamebewijs wordt ter aftekening aan de opslaghouder aangeboden.

Vorige artikelen

Volgende artikelen