Art. 2 Verordening (EEG) nr. 689/92

Verordening (EEG) nr. 689/92

1. Om voor interventie in aanmerking te komen, moeten de granen van gezonde handelskwaliteit zijn.

2. Zij worden als van gezonde handelskwaliteit beschouwd wanneer zij een kleur hebben die aan dit graan eigen is, geen onfrisse reuk hebben, vrij zijn van schadelijk levend gedierte (met inbegrip van mijt) in al hun ontwikkelingsstadia, voldoen aan de in de bijlage vermelde minimumkwaliteitscriteria en wanneer zij de in de communautaire wetgeving vastgestelde maximaal toelaatbare niveaus van radioactiviteit niet overschrijden.

Alleen als de situatie het vereist wordt het produkt gedurende de periode waarin het nodig is op de mate van radioactieve besmetting gecontroleerd. De geldigheidsduur en de draagwijdte van de controlemaatregelen worden zo nodig vastgesteld volgens de procedure van artikel 26 van Verordening (EEG) nr. 2727/75.

Voor granen die als zijnde van bakkwaliteit worden aangeboden, doet het interventiebureau, in geval van twijfel een kiemproef. Wanneer de kiemkracht minder dan 85 % bedraagt voor zachte tarwe en minder dan 75 % voor rogge, wordt het betrokken graan op verzoek van de aanbieder door het interventiebureau aanvaard en betaalt het interventiebureau tevens de interventieprijs, verminderd in het geval van zachte tarwe met de korting bedoeld in artikel 4 bis, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EEG) nr. 1570/77 van de Commissie (5).

Wanneer evenwel ten genoegen van het interventiebureau het bewijs wordt geleverd dat het aangeboden graan van bakkwaliteit is, wordt het betrokken graan als zodanig aanvaard en is de te betalen aankoopprijs die welke voor bakkwaliteit is vastgesteld. De kosten voor de proeven die nodig zijn om het bovenbedoelde bewijs te leveren, komen ten laste van de aanbieder.

3. De voor deze verordening geldende omschrijvingen van de bestanddelen die geen basisgraan van onberispelijke kwaliteit zijn, zijn de omschrijvingen vermeld in de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2731/75 van de Raad (6), voor maïs aangevuld met die van artikel 4, onder c), eerste streepje, en voor sorgho met die van artikel 4 bis, onder c), eerste streepje, van voornoemde verordening.

De korrels van basisgraan en van ander graan, die bedorven zijn, moederkoren zijn of door brandschimmel zijn aangetast, worden ingedeeld in de categorie "uitschot", zelfs indien zij beschadigingen vertonen die onder andere categorieën vallen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen