Art. 5 Richtlijn 92/118/EEG
De Lid-Staten zien erop toe dat zij alle nodige maatregelen nemen om te waarborgen dat de in de bijlagen I en II bedoelde produkten van dierlijke oorsprong niet in het handelsverkeer gebracht worden vanuit een bedrijf dat gelegen is in een zone waarvoor beperkingen gelden vanwege het uitbreken van een ziekte waarvoor het soort waarvan het produkt is afgeleid, vatbaar is, of vanuit een inrichting of zone waarvandaan verplaatsingen of handelsverkeer een gevaar zouden vormen voor de gezondheidsstatus van de Lid-Staten, behalve indien het gaat om produkten die overeenkomstig de communautaire regelgeving een warmtebehandeling hebben ondergaan.
Bijzondere garanties op grond waarvan, in afwijking van de eerste alinea, verplaatsingen van sommige van deze produkten worden toegestaan, kunnen, in het kader van de vrijwaringsmaatregelen, volgens de procedure van artikel 18 worden vastgesteld.