Art. 13 Richtlijn 92/118/EEG
1. De Lid-Staten kunnen via de afgifte van een passende vergunning toestaan dat uit derde landen de in de bijlagen I en II bedoelde produkten van dierlijke oorsprong als handelsmonster worden ingevoerd.
2. De in lid 1 bedoelde vergunning moet de partij vergezellen en alle gegevens bevatten over de specifieke voorwaarden waaronder de partij mag worden ingevoerd, met inbegrip van eventuele afwijkingen van de in Richtlijn 90/675/EEG bedoelde controles.
3. Wanneer een partij een Lid-Staat binnenkomt met het oog op verdere doorzending naar een andere Lid-Staat, ziet de eerste Lid-Staat erop toe dat de partij vergezeld gaat van de passende vergunning. De partij wordt verplaatst overeenkomstig de bepalingen van artikel 11, lid 2, van Richtlijn 90/675/EEG. De Lid-Staat die de vergunning afgeeft, moet zich ervan vergewissen dat de partij voldoet aan de voorwaarden van de vergunning en moet toestemming geven om de partij op zijn grondgebied binnen te brengen.