Art. 8
Een uit een derde land ingevoerd dier dat voldoet bij de controles van Richtlijn 91/496/EEG en dat op het grondgebied van de Gemeenschap verblijft, moet binnen 30 dagen nadat het deze controles heeft ondergaan en in ieder geval vóór zijn verplaatsing, met behulp van een merkteken als bedoeld in artikel 5 worden geïdentificeerd, behalve indien het bedrijf van bestemming een slachthuis is, gelegen op het grondgebied van de bevoegde autoriteit die voor de veterinaire controles verantwoordelijk is en het dier daadwerkelijk binnen deze termijn van 30 dagen wordt geslacht.
Er moet een verband worden gelegd tussen de door het derde land toegekende identificatie en de door de Lid-Staat van bestemming toegekende identificatie. Dit verband moet in het in artikel 4 bedoelde register worden aangegeven.