Art. 6 Richtlijn 92/65/EEG
A. De Lid-Staten zien erop toe dat, onverminderd de artikelen 14 en 15, hoefdieren van andere soorten dan die bedoeld in de Richtlijnen 64/432/EEG, 90/426/EEG en 91/68/EEG slechts in het handelsverkeer mogen worden gebracht indien zij voldoen aan de volgende eisen:
1. algemeen geldt dat zij
a) geïdentificeerd moeten zijn overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder c), van Richtlijn 90/425/EEG;
b) niet in het kader van een programma voor uitroeiing van een besmettelijke ziekte dienen te worden geruimd;
c) niet mogen zijn ingeënt tegen mond- en klauwzeer en moeten voldoen aan de desbetreffende eisen van Richtlijn 85/511/EEG en artikel 4 bis van Richtlijn 64/432/EEG;
d) afkomstig moeten zijn van een bedrijf als bedoeld in artikel 3, lid 2, onder b) en c), van Richtlijn 64/432/EEG ten aanzien waarvan geen veterinairrechtelijke maatregelen, en met name geen van de ter toepassing van de Richtlijnen 85/511/EEG, 80/217/EEG (¹) en 91/68/EEG getroffen maatregelen gelden, en waar deze dieren vanaf hun geboorte of gedurende de laatste dertig dagen voorafgaand aan de verzending permanent hebben verbleven;
e) indien zij ingevoerd zijn:
- afkomstig moeten zijn uit een derde land dat voorkomt in de kolom "andere hoefdieren" die moet worden ingevoegd in de overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 72/462/EEG (²) opgestelde lijst;
(¹) Richtlijn 80/217/EEG van de Raad van 22 januari 1980 tot vaststelling van gemeenschappelijke maatregelen ter bestrijding van klassieke varkenspest (PB nr. L 47 van 21. 2. 1980, blz. 11). Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 87/486/EEG (PB nr. L 280 van 3. 10. 1987, blz. 21).
(²) Richtlijn 72/462/EEG van de Raad van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen en varkens en van vers vlees uit derde landen (PB nr. L 302 van 31. 12. 1972, blz. 28). Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 91/497/EEG (PB nr. L 268 van 24. 9. 1991, blz. 69).
- moeten voldoen aan de volgens de procedure van artikel 26 op te stellen specifieke veterinairrechtelijke voorschriften die ten minste gelijkwaardig zijn aan de eisen van het onderhavige artikel;
f) vergezeld moeten gaan van een certificaat volgens het model van bijlage E, aangevuld met het volgende attest:
"Attest
Ondergetekende (officiële dierenarts) verklaart dat de herkauwer/de suida (a) die niet valt onder Richtlijn 64/432/EEG,
a) behoort tot de soort . . .;
b) bij onderzoek geen klinische verschijnselen heeft vertoond van een ziekte waarvoor het dier vatbaar is;
c) afkomstig is van een beslag dat officieel vrij is van tuberculose/officieel vrij is van brucellose of vrij is van brucellose/van een bedrijf waarvoor geen beperkingen in verband met varkenspest gelden (a) of van een bedrijf waar het dier met negatief resultaat de in artikel 6, lid 2, onder a), punt ii), van Richtlijn 92/65/EEG bedoelde tests heeft ondergaan.
(a) Doorhalen wat niet van toepassing is.";
2. herkauwers
a) moeten afkomstig zijn van een officieel tuberculosevrij en een officieel brucellosevrij of een brucellosevrij beslag overeenkomstig Richtlijn 64/432/EEG of Richtlijn 91/68/EEG, en wat de veterinairrechtelijke voorschriften betreft, voldoen aan de relevante eisen voor runderen van artikel 3, lid 2, onder c), d), f), g) en h), van Richtlijn 64/432/EEG, of aan artikel 3 van Richtlijn 91/68/EEG;
b) moeten, indien zij niet afkomstig zijn van een beslag dat voldoet aan de onder a) vermelde voorwaarden, afkomstig zijn van een bedrijf waar gedurende de laatste 42 dagen voorafgaande aan de verzending van de dieren geen enkel geval van brucellose en tuberculose is geconstateerd en waar de herkauwers gedurende de laatste dertig dagen voorafgaande aan de verzending negatief hebben gereageerd op
- een test die een reactie op tuberculose moet aantonen, en
- een test die de afwezigheid van antilichamen tegen brucellose moet aantonen.
De voorschriften voor deze tests en de definitie van de tuberculose- en brucellosestatus van de bedrijven worden volgens de procedure van artikel 26 van deze richtlijn vastgesteld.
In afwachting van de in de vorige alinea bedoelde besluiten blijven de nationale voorschriften, met name wat tuberculose betreft, van toepassing;
3. suidae
a) mogen niet afkomstig zijn uit een gebied waarvoor verbodsmaatregelen gelden wegens het voorkomen van Afrikaanse varkenspest, ter toepassing van artikel 9 bis van Richtlijn 64/432/EEG;
b) moeten afkomstig zijn van een bedrijf waarvoor in verband met klassieke varkenspest geen beperkingen als bedoeld in Richtlijn 80/217/EEG gelden;
c) moeten afkomstig zijn van een beslag dat vrij is van brucellose overeenkomstig Richtlijn 64/432/EEG, en voldoen aan de relevante veterinairrechtelijke eisen voor varkens van Richtlijn 64/432/EEG;
d) moeten, indien zij niet afkomstig zijn van een beslag dat voldoet aan de voorwaarden vermeld onder c), gedurende de laatste dertig dagen voorafgaande aan de verzending van de dieren negatief hebben gereageerd op een test die de afwezigheid van antilichamen tegen brucellose moet aantonen.
B. Richtlijn 64/432/EEG wordt als volgt gewijzigd:
1. in artikel 2, onder b) en c), wordt het woord "runderen" vervangen door "runderen (de soorten Bubalus bubalus daaronder begrepen)";
2. het volgende artikel wordt ingevoegd:
"Artikel 10 bis
Volgens de procedure van artikel 12 kunnen de gezondheidscertificaten waarvan het model is weergegeven in bijlage F gewijzigd of aangevuld worden, met name om rekening te houden met de eisen van artikel 6 van Richtlijn 92/65/EEG.".