Art. 9 Richtlijn 92/61/EEG

Richtlijn 92/61/EEG

1. De fabrikant is ervoor verantwoordelijk dat elk geconstrueerd voertuig, elke gefabriceerde technische eenheid, respectievelijk elk gefabriceerd onderdeel, met het goedgekeurde type in overeenstemming is. Indien de produktie definitief wordt stopgezet of indien de op het inlichtingenformulier voorkomende gegevens worden gewijzigd, dient de houder van een goedkeuring de bevoegde instanties van de Lid-Staat die de goedkeuring heeft verleend, daarvan in kennis te stellen.

2. Indien de bevoegde instanties van de in lid 1 bedoelde Lid-Staat van mening zijn dat op grond van een dergelijke wijziging het bestaande goedkeuringscertificaat niet behoeft te worden gewijzigd of geen nieuw goedkeuringscertificaat behoeft te worden opgesteld, stellen zij de fabrikant hiervan in kennis.

3. Indien de bevoegde instanties van de in lid 1 bedoelde Lid-Staat vaststellen dat op grond van een wijziging van de gegevens op het inlichtingenformulier nieuwe controles of nieuwe proeven zijn gerechtvaardigd, stellen zij de fabrikant hiervan in kennis en voeren de proeven uit. Als op grond van deze controles of proeven een wijziging in het bestaande goedkeuringscertificaat moet worden aangebracht of een nieuw goedkeuringscertificaat moet worden opgesteld, zenden genoemde instanties de aldus bijgewerkte documenten binnen een maand na de opstelling ervan aan de bevoegde instanties van de overige Lid-Staten toe.

4. Ingeval een goedkeuringscertificaat als gevolg van intrekking van de goedkeuring of definitieve stopzetting van de produktie van voertuigen, technische eenheden of onderdelen van het goedgekeurde type niet langer geldig is, stellen de bevoegde instanties van de Lid-Staat die de goedkeuring heeft verleend de bevoegde instanties van de overige Lid-Staten hiervan binnen één maand in kennis.