Art. 2 Richtlijn 92/61/EEG
In deze richtlijn wordt verstaan onder:
1. type voertuig: tot dezelfde categorie (bromfietsen op twee wielen, bromfietsen op drie wielen, motorfietsen, motorfietsen met zijspanwagen, driewielers, vierwielers) behorende en door dezelfde fabrikant vervaardigde voertuigen met hetzelfde chassis en dezelfde door de fabrikant toegekende type-aanduiding.
Een type voertuig kan verschillende varianten en uitvoeringen omvatten;
2. variant: voertuigen van hetzelfde type die op ten minste één van de volgende punten verschillen:
- de vorm van de carrosserie,
- de massa in rijklare toestand en de technisch toelaatbare massa (verschil groter dan 20 %),
- het werkingsprincipe van de motor (met elektrische ontsteking, met compressie-ontsteking, elektromotor, hybride enz.),
- de cyclus (twee- of viertakt),
- de cilinderinhoud (verschil groter dan 30 %),
- het aantal cilinders en hun opstelling,
- het vermogen (verschil groter dan 30 %),
- de wijze van werken (bij een elektromoter),
- het aantal en de capaciteit van de aandrijfaccu's.
Een variant kan verschillende uitvoeringen omvatten;
3. uitvoering: voertuigen van hetzelfde type en, in voorkomend geval, van dezelfde variant die op ten minste één van de volgende punten verschillen:
- de overbrenging van het vermogen (automatische of niet-automatische versnellingsbak, overbrengingsverhoudingen, wijze van bediening van de overbrenging enz.),
- de cilinderinhoud (verschil kleiner dan of gelijk aan 30 %),
- het vermogen (verschil kleiner dan of gelijk aan 30 %),
- de massa in rijklare toestand en de technisch toelaatbare massa (verschil kleiner dan of gelijk aan 20 %),
- andere kleine, door de fabrikant aangebrachte wijzigingen die betrekking hebben op de in bijlage II vermelde essentiële kenmerken;
4. technische eenheid: een onderdeel of kenmerk dat aan de voorschriften van een bijzondere richtlijn moet voldoen en bestemd is om van een voertuig deel uit te maken. Een technische eenheid kan afzonderlijk worden goedgekeurd, doch alleen in samenhang met een of meer welbepaalde voertuigtypes;
5. onderdeel: een onderdeel of kenmerk dat aan de voorschriften van een bijzondere richtlijn moet voldoen en bestemd is om van een voertuig deel uit te maken. Een onderdeel kan onafhankelijk van enig voertuig worden goedgekeurd. Technische eenheden of onderdelen zijn hetzij origineel - standaard gemonteerd of dienende ter vervanging - indien zij behoren tot het, respectievelijk, de type(s) waarvan het voertuig bij zijn goedkeuring was voorzien, hetzij niet-origineel indien zij uitsluitend ter vervanging dienen;
6. goedkeuring van een voertuig: de handeling waarbij een Lid-Staat vaststelt dat een type voertuig in overeenstemming is met de technische voorschriften van de bijzondere richtlijnen en met de door de fabrikant verstrekte gegevens, opgenomen in de uitputtende lijst van bijlage I;
7. goedkeuring van een technische eenheid of van een onderdeel: de handeling waarbij een Lid-Staat vaststelt dat een kenmerk of een technische eenheid of een onderdeel in overeenstemming is met de technische voorschriften van de desbetreffende bijzondere richtlijn waarnaar in de uitputtende lijst van bijlage I wordt verwezen. De goedkeuring van een voertuig, een technische eenheid of een onderdeel kan bij een wijziging of in geval van een nieuwe variant of uitvoering worden uitgebreid;
8. dubbellucht: twee op dezelfde as gemonteerde wielen indien de afstand tussen de middens van de contactvlakken van deze wielen met de grond kleiner is dan 460 mm. In dit geval wordt dubbellucht als één enkel wiel beschouwd;
9. voertuigen met dubbele aandrijving: een voertuig met twee verschillende aandrijfsystemen: bij voorbeeld een elektrisch aandrijfsysteem en een verbrandingsmotor;
10. fabrikant: de persoon of organisatie die tegenover de goedkeuringsinstantie verantwoordelijk is voor alle aspecten van de goedkeuringsprocedure en voor de overeenstemming van de produktie. Het is niet noodzakelijk dat hij rechtstreeks betrokken is bij alle fasen van de bouw van het voertuig of de fabricage van het onderdeel of de technische eenheid waarop de goedkeuringsprocedure betrekking heeft;
11. technische dienst: de organisatie of instantie die is aangewezen om als keuringslaboratorium namens de goedkeuringsinstantie van een Lid-Staat keuringen of inspecties te verrichten. Deze functie kan ook door de goedkeuringsinstantie zelf worden vervuld.