Art. 4 Richtlijn 92/25/EEG

Richtlijn 92/25/EEG

1. De Lid-Staten dragen er zorg voor dat de procedure voor de behandeling van de aanvraag van de in artikel 3, lid 1, bedoelde vergunning niet meer dan 90 dagen in beslag neemt, te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag door de bevoegde instantie van de betrokken Lid-Staat.

In voorkomend geval kan de bevoegde instantie van de aanvrager eisen dat hij alle noodzakelijke informatie verstrekt met betrekking tot de vergunningsvoorwaarden. Wanneer de bevoegde instantie gebruik maakt van deze mogelijkheid, wordt de in dit lid gestelde termijn opgeschort totdat de gevraagde aanvullende gegevens zijn verstrekt.

2. Ieder besluit tot weigering, schorsing of intrekking van de in artikel 3, lid 1, bedoelde vergunning moet nauwkeurig met redenen zijn omkleed. Het wordt de betrokkene ter kennis gebracht met opgave van de volgens het geldende recht openstaande middelen van beroep en van de termijn waarbinnen beroep kan worden aangetekend.