Art. 10 Richtlijn 92/12/EEG
1. Accijnsprodukten die worden gekocht door personen die niet de hoedanigheid van erkend entrepothouder of geregistreerd of niet-geregistreerd bedrijf hebben, en die direct of indirect door de verkoper of voor diens rekening worden verzonden of vervoerd, worden aan accijns onderworpen in de Lid-Staat van bestemming. Onder "Lid-Staat van bestemming" in de zin van dit artikel wordt verstaan de Lid-Staat van aankomst van de verzending of het vervoer.
2. Hiertoe wordt in de Lid-Staat van bestemming de accijns verschuldigd bij de levering van in een Lid-Staat reeds tot verbruik uitgeslagen accijnsprodukten die aanleiding geeft tot verzending of vervoer van deze produkten ter bestemming van een in lid 1 bedoelde, in een andere Lid-Staat gevestigde persoon, en welke produkten direct of indirect door de verkoper of voor diens rekening worden verzonden of vervoerd.
3. De accijns van de Lid-Staat van bestemming wordt door de verkoper verschuldigd op het tijdstip waarop de levering wordt verricht. De Lid-Staten kunnen echter bepalingen vaststellen op grond waarvan de accijns moet worden betaald door een fiscaal vertegenwoordiger die niet de geadresseerde van de produkten is. Deze fiscaal vertegenwoordiger moet in de Lid-Staat van bestemming gevestigd zijn en door de belastingautoriteiten van deze Lid-Staat erkend.
De Lid-Staat waar de verkoper gevestigd is, moet zich ervan vergewissen dat de verkoper zich houdt aan de onderstaande voorschriften:
- voorafgaand aan de verzending van de produkten de betaling van de accijns waarborgen onder de voorwaarden die de Lid-Staat van bestemming heeft vastgesteld, en na aankomst van de produkten voor de betaling van de accijns zorgen;
- een administratie voeren van de leveringen van de produkten.
4. In het in lid 2 bedoelde geval wordt de accijns die in de eerste Lid-Staat is voldaan, teruggegeven volgens artikel 22, lid 4.
5. De Lid-Staten kunnen met inachtneming van het Gemeenschapsrecht, specifieke voorschriften ter uitvoering van deze bepaling vaststellen voor accijnsprodukten die onder een bijzondere nationale distributieregeling vallen die verenigbaar is met het Verdrag.