Conclusie A-G Ettema 4 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1130

Op 12 april 2014 hebben medewerkers van de Belastingdienst/Douane de woning van belanghebbende doorzocht. Zij troffen in de woning, in de garage en in een personenauto die in de garage stond tabaksproducten aan. Het gaat om 6.640 sigaretten en 38.720 gram rooktabak. Met uitzondering van 68 pakjes rooktabak waren de tabaksproducten voorzien van Luxemburgse accijnszegels. De Douane heeft de tabaksproducten in beslag genomen. Belanghebbende en zijn echtgenote zijn in verband met de aangetroffen tabaksproducten verhoord in het kader van een strafrechtelijke onderzoek. Daarbij hebben zij beiden verklaard dat zij zelf roken en dat zij de tabaksproducten niet in huis hebben om te verkopen en ook niet om ze in voorraad te houden voor iemand anders. De Inspecteur heeft in verband met de aangetroffen tabaksproducten aan belanghebbende een naheffingsaanslag in de accijns opgelegd naar een bedrag van € 1.166 aan accijns voor de sigaretten en € 3.216 aan accijns voor de rooktabak (tezamen: € 4.382). Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag. De Inspecteur heeft het bezwaar bij uitspraak afgewezen. Belanghebbende heeft vervolgens beroep ingesteld bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft geoordeeld dat belanghebbende zowel voor de 68 pakjes rooktabak als voor de overige tabaksproducten in Nederland accijns verschuldigd is. Met betrekking tot de overige accijnsproducten heeft de Rechtbank geoordeeld dat belanghebbende en/of zijn echtgenote deze heeft laten vervoeren door een derde. In dat geval kan volgens de Rechtbank in het midden blijven of belanghebbende de overige tabaksproducten voor eigen behoeften heeft verkregen. Indien belanghebbende de rookwaar voor eigen behoeften heeft verkregen, is bij het laten vervoeren sprake van een belastbaar feit op grond van artikel 2d(3) Wet op de accijns (WA). Als belanghebbende de rookwaar anders dan voor eigen behoeften heeft verkregen, volgt naar het oordeel van de Rechtbank uit de wetsystematiek dat dit een belastbaar feit is op grond van het samenstel van artikel 2d(3) en artikel 2e WA. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen de uitspraak van de Rechtbank heeft belanghebbende hoger beroep ingesteld bij het Hof. Het Hof heeft met betrekking tot de 68 pakjes rooktabak die niet waren voorzien van accijnszegels geoordeeld dat belanghebbende deze pakjes voorhanden had, dat zich ter zake een belastbaar feit heeft voorgedaan en dat belanghebbende voor die pakjes terecht als belastingschuldige is aangemerkt. Tegen dit oordeel heeft belanghebbende geen (incidenteel) beroep in cassatie ingesteld. Wat betreft de overige tabaksproducten heeft het Hof geoordeeld dat in de WA en richtlijn 2008/118 (de Accijnsrichtlijn) een grondslag ontbreekt om van belanghebbende in Nederland accijns te kunnen heffen. Het Hof is bij dit oordeel ervan uitgegaan dat belanghebbende de overige tabaksproducten heeft laten vervoeren en dat deze niet voor eigen behoeften zijn verkregen. Het Hof merkt daarbij op dat niet is komen vast te staan of per rit al dan niet meer dan 800 sigaretten en 1 kilo tabak zijn vervoerd. Volgens het Hof sluit de omstandigheid dat de producten niet voor eigen behoeften zijn verkregen uit dat sprake is van uitslag als bedoeld in artikel 2d(3) WA. De omstandigheid dat belanghebbende als particulier de producten heeft laten vervoeren vanuit een andere lidstaat naar Nederland sluit uit dat sprake is van door hem vervoerde accijnsgoederen als bedoeld in artikel 2e(2) WA. De situatie dat belanghebbende accijnsgoederen heeft laten vervoeren valt niet onder voor commerciële doeleinden voorhanden hebben. Naar het oordeel van het Hof valt de situatie evenmin onder artikel 2(1)b WA omdat dit artikel ziet op goederen waarover in het geheel geen accijns is geheven. Het Hof heeft het hoger beroep gegrond verklaard en de naheffingsaanslag verminderd tot € 282,43, te weten het bedrag aan accijns dat verschuldigd is over de 68 pakjes rooktabak die niet waren voorzien van accijnszegels. De Staatssecretaris heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij één middel voorgesteld. Het middel betoogt dat het Hof de artikelen 32 en 33 Accijnsrichtlijn in verbinding met de artikelen 1, 2d en 2e WA heeft geschonden doordat het Hof heeft geoordeeld dat ter zake van de overige tabaksproducten in Nederland van belanghebbende geen accijns kan worden geheven omdat daarvoor een grondslag ontbreekt. Volgens de toelichting op het middel moet artikel 33 Accijnsrichtlijn zo worden gelezen dat wanneer een particulier niet aan de voorwaarden van artikel 32 Accijnsrichtlijn voldoet, de accijns verschuldigd is in de lidstaat van bestemming. Een particulier wordt dan geacht de accijnsgoederen voor commerciële doeleinden voorhanden te hebben. De artikelen 2d en 2e WA dienen conform de Accijnsrichtlijn te worden uitgelegd. In onderdeel 2 van de conclusie bespreekt A-G Ettema de relevante bepalingen van de Accijnsrichtlijn. Zij meent dat de Accijnsrichtlijn - anders dan het Hof oordeelde - een grondslag biedt om te heffen als een particulier accijnsproducten anders dan voor eigen behoeften heeft verkregen die hij vanuit een andere lidstaat naar zijn eigen lidstaat heeft laten vervoeren. Vervolgens gaat de A-G in onderdeel 3 na hoe deze bepalingen van het Unierecht in de WA zijn geïmplementeerd. De A-G is van mening dat de WA eveneens een grondslag biedt om te heffen. In onderdeel 4 komt de A-G tot de slotsom dat het middel terecht is voorgesteld. Ambtshalve meent de A-G dat ’s Hofs uitspraak ook niet geheel juist is voor zover het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende de tabaksproducten niet voor eigen behoeften heeft verkregen en evenmin voor commerciële doeleinden voorhanden heeft gehad. Volgens het systeem van de richtlijn en de wet is het of het één of het ander. De A-G geeft de Hoge Raad in overweging het door de Staatssecretaris ingestelde beroep in cassatie gegrond te verklaren, de uitspraak van het Hof te vernietigen en de uitspraak van de Rechtbank te bevestigen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken