Art. 4 Verordening (EEG) nr. 295/91

Verordening (EEG) nr. 295/91

1. Ingeval het instappen wordt geweigerd, heeft de passagier het recht te kiezen uit :

- terugbetaling, zonder boete, van de prijs van het biljet voor het gedeelte van de reis dat niet wordt afgelegd,

- een andere vlucht die hem zo spoedig mogelijk naar zijn eindbestemming brengt,

- een latere vlucht naar zijn eindbestemming, naar keuze van de passagier.

2. Los van de keuze van de passagier in het in lid 1 bedoelde geval betaalt de luchtvaartmaatschappij de passagier onmiddellijk na de instapweigering, onverminderd de leden 3 en 4, een minimumcompensatie van :

- 150 ecu voor vluchten tot 3 500 km;

- 300 ecu voor vluchten boven de 3 500 km;

gerekend naar de eindbestemming vermeld op het biljet.

3. Wanneer de luchtvaartmaatschappij een andere vlucht naar de eindbestemming aanbiedt waarvan het uur van aankomst voor vluchten tot 3 500 km maximaal 2 uur en voor vluchten boven de 3 500 km maximaal 4 uur later ligt, mogen de in lid 2 genoemde compensaties met 50 % verminderd worden.

4. Het bedrag van de compensaties mag beperkt blijven tot de prijs van het biljet naar de eindbestemming.

5. De compensaties worden in contant geld uitbetaald of, met toestemming van de passagier, in de vorm van reisbonnen en/of andere diensten.

6. Ingeval een passagier op een overboekte vlucht ermee instemt om in een lagere klasse te reizen dan die waarvoor het biljet is betaald, heeft hij recht op terugbetaling van het prijsverschil.

7. De in de leden 2 en 3 vermelde afstanden worden gemeten volgens de grootcirkelmethode (orthodromische lijn).

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen