Art. 6 Richtlijn 91/495/EEG

Richtlijn 91/495/EEG

1. Vlees van gekweekt wild afkomstig van tweehoevige niet-gedomesticeerde landzoogdieren moet voldoen aan de relevante voorwaarden van artikel 3 en artikel 5, onder b) tot en met k), van Richtlijn 64/433/EEG, voor zover het beslag van oorsprong aan een periodieke veterinaire controle is onderworpen en daarvoor geen beperkingen gelden naar aanleiding van het overeenkomstig artikel 10 verrichte onderzoek of naar aanleiding van een veterinaire keuring. De wijze waarop deze controle moet worden uitgevoerd, wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 20. De desbetreffende dieren moeten op andere tijdstippen worden behandeld dan runderen, varkens, schapen en geiten.

Het gezondheidscertificaat dat dit vlees dient te vergezellen, moet overeenstemmen met het in bijlage IV van de onderhavige richtlijn opgenomen model.

Vlees van gekweekte everzwijnen of van andere voor besmetting met trichinen vatbare diersoorten moet worden onderzocht met behulp van een digestiemethode overeenkomstig Richtlijn 77/96/EEG van de Raad van 21 december 1976 inzake het opsporen van trichinen (trichinella spiralis) bij de invoer van vers vlees van varkens, huisdieren, uit derde landen (11), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 89/321/EEG (12).

2. In afwijking van lid 1 kan de officiële dienst toestaan dat gekweekt wild wordt geslacht op de plaats van oorsprong, indien het niet kan worden vervoerd zonder risico's voor de begeleiders of in verband met het welzijn van de dieren. Deze afwijking kan worden toegestaan indien:

- het beslag aan periodieke veterinaire controle is onderworpen en daarvoor geen beperkingen gelden naar aanleiding van het overeenkomstig artikel 12 verrichte onderzoek of naar aanleiding van een veterinaire keuring,

- de eigenaar van de dieren daartoe een verzoek indient, en

- de officiële dienst vooraf in kennis wordt gesteld van de datum waarop deze dieren zullen worden geslacht, en

- het bedrijf beschikt over een verzamelcentrum van de niet-gedomesticeerde dieren waar het mogelijk is een keuring vóór het slachten van de te slachten groep te verrichten,

- het bedrijf beschikt over een passende ruimte voor het slachten, het steken en het uitbloeden van de dieren,

- het slachten door steken en uitbloeden wordt voorafgegaan door verdoving, overeenkomstig Richtlijn 74/557/EEG (13); de veterinaire dienst mag slachten door middel van de kogel toestaan in bijzondere gevallen,

- de geslachte en uitgebloede dieren moeten, onder bevredigende hygiënische omstandigheden, in hangende positie worden vervoerd naar een overeenkomstig Richtlijn 64/433/EEG erkend slachthuis en zulks zo spoedig mogelijk na het slachten. Wanneer het wild dat is geslacht op de plaats waar het werd gekweekt, niet binnen een uur naar een overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 64/433/EEG erkend slachthuis kan worden gebracht, moet het worden vervoerd in een container of vervoermiddel waarin een temperatuur heerst tussen 0 oC en 4 oC. Het verwijderen van de ingewanden dient ten laatste drie uur na het bedwelmen plaats te vinden,

- bij het vervoer naar het slachthuis moeten de geslachte dieren vergezeld gaan van een verklaring van de veterinaire dienst waaruit blijkt dat de keuring voor het slachten een gunstig resultaat heeft opgeleverd, dat het leegbloeden op correcte wijze is geschied en waarin het uur waarop het slachten heeft plaatsgevonden wordt vermeld; deze verklaring moet overeenstemmen met het model in bijlage III.

3. Totdat de gezondheidsvoorschriften voor vlees dat bestemd is voor de binnenlandse markt zijn vastgesteld, mag het slachten van gekweekt grof wild en het uitsnijden en opslaan van vlees als bedoeld in lid 1, in afwijking van lid 1 plaatsvinden in inrichtingen die door de nationale autoriteiten voor de nationale markt zijn goedgekeurd, op voorwaarde dat het vlees niet in het intracommunautaire handelsverkeer wordt gebracht.