Art. 11 Richtlijn 91/495/EEG

Richtlijn 91/495/EEG

1. De Lid-Staten zien erop toe dat de gezondheidstoestand van het gekweekte wild en de konijnen in op hun grondgebied gelegen bedrijven op gezette tijden wordt onderzocht.

2. Daartoe wordt, ingeval voor mens of dier besmettelijke ziekten worden gediagnostiseerd dan wel residugehalten boven de toegestane maxima worden geconstateerd, een centrale dienst of een centraal orgaan belast met het verzamelen en verwerken van de resultaten van de overeenkomstig deze richtlijn verrichte keuringen.

3. Indien een geval als bedoeld in lid 2 zich voordoet, worden de desbetreffende onderzoeksresultaten zo spoedig mogelijk meegedeeld aan de officiële dienst die verantwoordelijk is voor het toezicht op het beslag waaruit de dieren afkomstig zijn.

4. Op grond van de epizooetiologische situatie verricht de officiële dienst specifieke tests op gekweekt wild, ten einde de in bijlage I bij Richtlijn 82/894/EEG genoemde ziekten op te sporen.

Het voorkomen van deze ziekten wordt meegedeeld aan de Commissie en aan de andere Lid-Staten overeenkomstig die richtlijn.