Art. 3 Richtlijn 91/495/EEG
1. De Lid-Staten zien erop toe dat konijnevlees:
a) is verkregen in een inrichting die voldoet aan de algemene voorwaarden van Richtlijn 71/118/EEG en die voor het in dit hoofdstuk beschouwde doel is erkend overeenkomstig artikel 14;
b)
afkomstig is van dieren van een bedrijf of uit een gebied waarvoor geen veterinairrechtelijke verboden gelden;
c)
afkomstig is van dieren die vóór het slachten door een officiële dierenarts of door assistenten, overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 71/118/EEG, zijn gekeurd overeenkomstig hoofdstuk I van bijlage I van de onderhavige richtlijn en die daarbij geschikt zijn bevonden om te worden geslacht;
d)
is behandeld onder bevredigende hygiënische omstandigheden, overeenkomstig hoofdstuk IV van bijlage I bij Richtlijn 71/118/EEG, is uitzondering van de punten 28 bis en 28 ter;
e)
na het slachten door een officiële dierenarts of door assistenten, overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 71/118/EEG, is gekeurd overeenkomstig hoofdstuk II van bijlage I van de onderhavige richtlijn en daarbij geen afwijkingen hebben vertoond, met uitzondering van kort vóór het slachten opgelopen verwondingen of van kleine misvormingen of afwijkingen, voor zover is geconstateerd, zo nodig met behulp van geschikte laboratoriumtests, dat deze het geslachte dier en de slachtafvallen niet ongeschikt maken voor menselijke consumptie, noch enig gevaar opleveren voor de volksgezondheid;
f)
een keurmerk draagt overeenkomstig hoofdstuk III van bijlage I van de onderhavige richtlijn.
In voorkomend geval kan volgens de procedure van artikel 20 worden besloten de bepalingen van bovengenoemd hoofdstuk te wijzigen of aan te vullen ten einde met name rekening te houden met de verschillende wijzen waarop het produkt in de handel wordt aangeboden, mits daarbij de regels van hygiëne in acht worden genomen; in het bijzonder en in afwijking van datzelfde hoofdstuk worden volgens deze procedure bepaald - en voor de eerste maal vóór 1 januari 1992 - de voorwaarden waaronder het in de handel brengen, in grote verpakkingen, van geslachte dieren, delen van geslachte dieren of afval waarop niet overeenkomstig punt 11.3.a) van dat hoofdstuk een keurmerk is aangebracht, kan worden toegestaan;
g)
na de keurig na het slachten onder bevredigende hygiënische omstandigheden is opgeslagen overeenkomstig hoofdstuk IV van bijlage I van de onderhavige richtlijn in overeenkomstig artikel 14 erkende inrichtingen of overeenkomstig de communautaire voorschriften erkende opslagruimten;
h)
is vervoerd onder bevredigende hygiënische omstandigheden overeenkomstig hoofdstuk V van bijlage I van de onderhavige richtlijn;
i)
indien het delen van geslachte dieren of uitgebeend vlees betreft, daarenboven is verkregen in omstandigheden die soortgelijk zijn aan die bedoeld in artikel 3 van Richtlijn 71/118/EEG in speciaal daartoe overeenkomstig artikel 14 van de onderhavige richtlijn speciaal te dien einde erkende inrichtingen.
2. Elke Lid-Staat draagt er bovendien zorg voor dat het naar het grondgebied van een andere Lid-Staat verzonden verse konijnevlees tijdens het vervoer naar het land van bestemming vergezeld gaat van een gezondheidscertificaat.
Het originele exemplaar van het gezondheidscertificaat dat het verse konijnevlees tijdens het vervoer naar de bestemming
dient te vergezellen, moet zijn afgegeven door een officiële dierenarts op het tijdstip van inlading. Het gezondheidscertificaat moet, naar opmaak en inhoud, overeenkomen met het in bijlage II opgenomen model; het moet ten minste zijn opgesteld in de taal of de talen van het land van bestemming en moet de gegevens bevatten die zijn voorgeschreven in het model in voornoemde bijlage.