Art. 14 Richtlijn 91/495/EEG

Richtlijn 91/495/EEG

1. Elke Lid-Staat stelt een lijst op van de door hem erkende inrichtingen met vermelding van het veterinaire toelatingsnummer. De Lid-Staten mogen overeenkomstig de Richtlijnen 71/118/EEG en 64/433/EEG erkende inrichtingen ook erkennen voor het slachten en uitsnijden van konijnen en gekweekt wild, op voorwaarde dat die inrichtingen over de nodige voorzieningen beschikken voor de bewerking van konijnevlees en/of vlees van gekweekt wild en dat die bewerking kan plaatsvinden met inachtneming van de hygiënische voorschriften. Elke Lid-Staat zendt deze lijst aan de andere Lid-Staten en aan de Commissie.

2. Een Lid-Staat erkent een inrichting niet indien zij niet aan deze richtlijn voldoet. De Lid-Staat trekt de erkenning in wanneer niet meer aan de voorwaarden voor erkenning wordt voldaan.

3. Indien een controle is verricht overeenkomstig artikel 16, houdt de betrokken Lid-Staat rekening met de conclusies ervan. Wanneer een erkenning wordt ingetrokken, worden de overige Lid-Staten en de Commissie daarvan in kennis gesteld.

4. De erkende inrichtingen worden geïnspecteerd en gecontroleerd onder de verantwoordelijkheid van de officiële dierenarts, die zich, onverminderd de bij Richtlijn 71/118/EEG aan assistenten toevertrouwde taken, voor zuiver materiële werkzaamheden mag laten bijstaan door speciaal daartoe opgeleid personeel. De officiële dierenarts moet toegang hebben tot alle delen van de inrichtingen ten einde na te gaan of aan deze richtlijn wordt voldaan.

De uitvoeringsbepalingen met betrekking tot deze bijstand worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 20.