Art. 2 Richtlijn 91/493/EEG

Richtlijn 91/493/EEG

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

1. visserijprodukten: alle zee- of zoetwaterdieren of delen daarvan, kuit en hom daaronder begrepen, met uitzondering van in het water levende zoogdieren, van kikkers en van in het water levende dieren waarvoor andere communautaire regelingen gelden;

2. aquicultuurprodukten: alle visserijprodukten die onder door de mens gecontroleerde omstandigheden uit eieren worden voortgebracht en opgekweekt totdat ze als levensmiddel in de handel worden gebracht. Zee- en zoetwatervis of zee- en zoetwaterschaaldieren die in het juveniele stadium in hun natuurlijke milieu zijn gevangen en zijn opgekweekt tot ze de gewenste maat hebben bereikt om voor menselijke consumptie te worden afgezet, worden eveneens als aquicultuurprodukten beschouwd. Vis en schaaldieren van voor de handel geschikte maat die zijn gevangen in hun natuurlijke milieu en levend zijn gehouden om op een later tijdstip te worden verkocht, worden niet als aquicultuurprodukten beschouwd als zij in visvijvers alleen in leven worden gehouden en niet wordt getracht om hun maat of gewicht te doen toenemen;

3. koeling: procédé dat erin bestaat de temperatuur van de vissserijprodukten zodanig te doen dalen dat zij de temperatuur van smeltend ijs benadert;

4. verse produkten: visserijprodukten, in gehele staat of na bewerking, daaronder begrepen vacuuem of onder een gewijzigde atmosfeer verpakte produkten, die geen andere op conservering gerichte behandeling hebben ondergaan dan koeling;

5. bewerkte produkten: visserijprodukten die een behandeling hebben ondergaan waardoor hun anatomische toestand is gewijzigd, zoals strippen, ontkoppen, in moten verdelen, fileren, hakken, enz.;

6. verwerkte produkten: visserijprodukten die als gekoeld of ingevroren produkt, al dan niet samen met andere levensmiddelen, een chemisch of fysisch procédé zoals verhitten, roken, zouten, drogen, marineren, enz. of een combinatie daarvan hebben ondergaan;

7. conservering: procédé dat erin bestaat de produkten in hermetisch gesloten recipiënten te verpakken en hen een warmtebehandeling te laten ondergaan die toereikend is om alle mirco-organismen die zich zouden kunnen vermeerderen, te vernietigen of te inactiveren, ongeacht de temperatuur waarbij het produkt zal worden opgeslagen;

8. ingevroren produkten: visserijprodukten die zo zijn ingevroren dat hun kerntemperatuur, na thermische stabilisatie, minimaal -18 oC bedraagt;

9. verpakken: het beschermen van visserijprodukten door middel van het gebruik van een wikkel, een container of een ander daarvoor geschikt materiaal;

10. partij: de hoeveelheid visserijprodukten die is verkregen in praktisch identieke omstandigheden;

11. zending: een hoeveelheid visserijprodukten, bestemd voor één of meer afnemers in het land van bestemming, en vervoerd met één en hetzelfde vervoermiddel;

12. vervoermiddelen: de voor belading bestemde gedeelten van motorvoertuigen, van spoorvoertuigen en van luchtvaartuigen, alsmede scheepsruimen of containers voor vervoer te land, over zee of door de lucht;

13. bevoegde instantie: de centrale instantie van een Lid-Staat die bevoegd is ter zake van het uitvoeren van de veterinaire controles of elke andere instantie waaraan zij deze bevoegdheid heeft overgedragen;

14. inrichting: iedere ruimte waar visserijprodukten worden bewerkt, verwerkt, gekoeld, ingevroren, verpakt of opgeslagen. Afslagen en groothandelsmarkten waar produkten uitsluitend worden uitgestald en in het groot worden verkocht, worden niet als inrichtingen beschouwd;

15. in de handel brengen: het in het bezit hebben of uitstallen met het oog op verkoop, het te koop aanbieden, het verkopen, het leveren of het op enigerlei andere wijze in de Gemeenschap op de markt brengen, met uitzondering van de verkoop in het klein en de rechtstreekse overdracht op een lokale markt in kleine hoeveelheden door een visser aan de kleinhandel of de consument, waarop de in de nationale voorschriften inzake de controle op de kleinhandel voorziene gezondheidscontroles moeten worden toegepast;

16. invoer: het binnenbrengen op het grondgebied van de Gemeenschap van visserijprodukten uit derde landen;

17. schoon zeewater: zeewater of brak water dat geen microbiologische verontreinigingen, schadelijke stoffen en/of toxisch marien plankton bevat in hoeveelheden die de kwaliteit van de visserijprodukten uit gezondheidsoogpunt kunnen aantasten, en dat moet worden gebruikt overeenkomstig deze richtlijn;

18. fabrieksvaartuig: vaartuig waar visserijprodukten één of meer van de volgende behandelingen ondergaan, waarna zij al dan niet worden verpakt: fileren, in moten verdelen, stropen, hakken, invriezen, verwerking.

Niet als fabrieksvaartuigen worden beschouwd:

- visserijvaartuigen waar alleen garnalen en weekdieren aan boord worden gekookt,

- visserijvaartuigen waar alleen aan boord wordt ingevroren.

Uitspraken die dit artikel aanhalen