Art. 7 Richtlijn 91/493/EEG
1. De bevoegde instantie gaat over tot erkenning van een inrichting nadat zij zich ervan heeft vergewist dat die inrichting voldoet aan de bepalingen van deze richtlijn ter zake van de aard van de werkzaamheden die zij uitoefenen. Nieuwe erkenning is nodig wanneer een inrichting andere werkzaamheden gaat verrichten dan die waarvoor de erkenning aanvankelijk gold.
De bevoegde instantie treft de nodige maatregelen als niet meer aan de voorwaarden voor erkenning wordt voldaan. Hiertoe houdt zij met name rekening met de conclusies van een eventuele overeenkomstig artikel 8 uitgevoerde controle.
De bevoegde instantie gaat over tot inschrijving van de collectieve gedeelten van de afslagen en groothandelsmarkten die niet zijn onderworpen aan een erkenningsprocedure, nadat zij zich ervan heeft vergewist dat deze installaties aan deze richtlijn voldoen.
2. De Lid-Staten kunnen evenwel op de uitdrukkelijke voorwaarde dat de produkten afkomstig van fabrieksvaartuigen, inrichtingen, afslagen en groothandelsmarkten voldoen aan de gezondheidseisen van deze richtlijn voor de in de hoofdstukken I tot en met IV van de bijlage bedoelde eisen inzake uitrusting en structuur, aan fabrieksvaartuigen, inrichtingen, afslagen en groothandelsmarkten een aanvullende termijn verlenen die op 31 december 1995 verstrijkt om te voldoen aan de in hoofdstuk IX bedoelde erkenningsvoorwaarden. Voor deze afwijkingen komen alleen fabrieksvaartuigen, inrichtingen, afslagen en groothandelsmarkten in aanmerking die op 31 december 1991 werkzaam zijn en vóór 1 juli 1992 een met redenen omkleed verzoek bij de bevoegde nationale instantie hebben ingediend. Dit verzoek moet vergezeld gaan van een plan en een programma van werkzaamheden met vermelding van de termijnen waarbinnen de fabrieksvaartuigen, inrichtingen, afslagen en groothandelsmarkten aan die eisen kunnen voldoen. Indien financiële bijstand van de Gemeenschap wordt gevraagd, kunnen alleen projecten die voldoen aan de eisen van deze richtlijn worden aanvaard.
3. De bevoegde instantie stelt een lijst op van de door haar erkende inrichtingen met vermelding van het erkenningsnummer.
De lijst met erkende inrichtingen en latere wijzigingen daarop moeten door elke Lid-Staat aan de Commissie worden meegedeeld. De Commissie deelt deze informatie mee aan de andere Lid-Staten.
4. De inrichtingen worden geregeld geïnspecteerd en gecontroleerd onder verantwoordelijkheid van de bevoegde instantie, die vrije toegang dient te hebben tot alle delen van de inrichting, ten einde te kunnen nagaan of aan deze richtlijn wordt voldaan.
Wanneer bij de inspecties en controles blijkt dat niet aan de bij deze richtlijn vastgestelde eisen wordt voldaan, neemt de bevoegde instantie de nodige maatregelen.
5. De leden 1, 3 en 4 gelden eveneens voor fabrieksvaartuigen.
6. De leden 3 en 4 gelden eveneens voor groothandelsmarkten en afslagen.