Art. 24 Tweede Richtlijn 90/619/EEG
1. Wanneer het verrichten van diensten onderworpen is aan een vergunning van de Lid-Staat van dienstverrichting, worden de omvang van de technische voorzieningen, met inbegrip van de wiskundige voorzieningen, en de regels betreffende winstdeling en afkoop - en premievrije waarden voor de betrokken overeenkomsten onder toezicht van deze Lid-Staat bepaald aan de hand van de door deze Lid-Staat vastgestelde regels of, bij gebreke daarvan, volgens de in deze Lid-Staat geldende gebruiken . De dekking van deze voorzieningen door gelijkwaardige en congruente activa en de lokalisatie van deze activa, alsmede de toepassing van de regels inzake winstdeling en afkoop - en premievrije waarden geschieden onder het toezicht van deze Lid-Staat, overeenkomstig zijn regels of gebruiken .
2. In alle andere gevallen geschiedt een en ander onder het toezicht van de Lid-Staat van de vestiging, volgens diens regels of gebruiken .
3. De Lid-Staat van de vestiging ziet erop toe dat de voorzieningen met betrekking tot alle overeenkomsten die de onderneming via de betrokken vestiging sluit, toereikend zijn en dat zij door gelijkwaardige en congruente activa worden gedekt .
4. In het in lid 1 bedoelde geval wisselen de Lid-Staat van de vestiging en de Lid-Staat van dienstverrichting alle informatie uit die nodig is voor de vervulling van hun respectieve taken overeenkomstig de leden 1 en 3 .