Art. 27 Richtlijn 90/539/EEG

Richtlijn 90/539/EEG

1. De algemene voorschriften en beginselen die gelden tijdens de inspecties in derde landen of tijdens de controles van pluimvee ingevoerd uit derde landen, worden vastgesteld overeenkomstig artikel 19, lid 1, tweede alinea, van Richtlijn 89/662/EEG.

Tot de inwerkingtreding van de hierboven bedoelde voorschriften en beginselen gelden de nationale voorschriften, onder voorbehoud van het in acht nemen van de algemene regels van het Verdrag.

2. Het is verboden pluimvee en broedeieren in de Gemeenschap in te voeren wanneer:

- de zendingen niet afkomstig zijn van het grondgebied of een deel van het grondgebied van een derde land dat voorkomt op de overeenkomstig artikel 21, lid 1, opgestelde lijst;

- de zendingen door een besmettelijke ziekte zijn aangetast, daarvan worden verdacht of met zo'n ziekte zijn besmet;

- door het exporterende derde land niet aan de voorwaarden van deze richtlijn is voldaan;

- het de zending begeleidende certificaat niet aan de voorwaarden van artikel 24 voldoet;

- uit het onderzoek blijkt dat de communautaire voorschriften inzake hormonen en residuen niet zijn nageleefd.

3. Onverlet bijzondere voorwaarden die volgens de procedure van artikel 26 kunnen worden vastgesteld uit hoofde van redenen van dierlijke gezondheid, of wanneer de toestemming om het pluimvee terug te verzenden, waarvan het binnenbrengen is geweigerd overeenkomstig lid 2, niet is verleend, kan de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat van bestemming het slachthuis aanwijzen, dat zich met dit pluimvee dient te belasten.