Art. 29 Richtlijn 90/539/EEG

Richtlijn 90/539/EEG

1. Voor het intracommunautaire handelsverkeer zijn de bij Richtlijn 89/662/EEG vastgestelde vrijwaringsmaatregelen van toepassing op pluimvee en broedeieren.

2. Voor de invoer uit derde landen zijn de volgende vrijwaringsmaatregelen van toepassing:

a) onverminderd artikel 22 verbiedt een Lid-Staat de invoer, rechtstreeks of via een andere Lid-Staat, van dieren van de in deze richtlijn bedoelde soorten uit een derde land of uit een gedeelte van het grondgebied daarvan, indien in dat derde land een besmettelijke pluimveeziekte optreedt of zich uitbreidt, waardoor de gezondheid van het pluimvee van die Lid-Staat in gevaar kan komen, of indien zulks om andere veterinairrechtelijke redenen is gerechtvaardigd;

b) de door een Lid-Staat uit hoofde van dit artikel genomen maatregelen en de intrekking daarvan moeten onverwijld en onder opgave van de redenen ter kennis van de overige Lid-Staten en van de Commissie worden gebracht.

Het Permanent Veterinair Comité komt zo spoedig mogelijk na deze kennisgeving bijeen en besluit volgens de procedure van artikel 32 of de betrokken maatregelen dienen te worden gewijzigd, met name met het oog op de cooerdinatie ervan met de door de andere Lid-Staten getroffen maatregelen, of te worden ingetrokken.

Indien de in dit artikel bedoelde toestand zich voordoet en indien het noodzakelijk blijkt dat ook andere Lid-Staten de uit hoofde van dit artikel getroffen en eventueel overeenkomstig de voorgaande alinea gewijzigde maatregelen toepassen, wordt volgens de procedure van artikel 32 tot de nodige maatregelen besloten;

c)

volgens dezelfde procedure wordt toegestaan de invoer uit het betrokken derde land te hervatten.