Art. 5 Richtlijn 89/552/EEG
Telkens wanneer dat mogelijk is, zien de Lid-Staten er met passende middelen op toe dat de omroeporganisaties ten minste 10 % van hun niet aan informatie, sport, spel, reclame of teletekst gewijde zendtijd of, bij wijze van alternatief, naar keuze van de Lid-Staat, ten minste 10 % van hun programmabudget, reserveren voor Europese produkties die door van de televisie-omroeporganisaties onafhankelijke producenten zijn vervaardigd. Dit gedeelte moet geleidelijk, aan de hand van passende criteria, worden bereikt, rekening houdende met de verantwoordelijkheid van de televisie-omroeporganisaties jegens hun publiek inzake voorlichting, vorming, cultuur en amusement; het dient te worden bereikt door een passend gedeelte te reserveren voor recente produkties, dat wil zeggen voor produkties die binnen een periode van vijf jaar nadat zij zijn gemaakt, worden uitgezonden.