Art. 6 Richtlijn 89/109/EEG
1. Onverminderd eventuele, in de bijzondere richtlijnen vastgestelde afwijkingen moeten materialen en voorwerpen,
die nog niet met levensmiddelen in aanraking zijn gebracht, bij het in de handel brengen van de volgende aanduidingen zijn voorzien:
a) - hetzij de vermelding "geschikt voor levensmiddelen'' of "geschikt voor eet- en drinkwaren'',
- hetzij een specifieke aanduiding voor het gebruik, zoals koffiezetapparaat, wijnfles, soeplepel,
- hetzij een volgens de procedure in artikel 8 vastgesteld symbool;
b) in voorkomend geval de bijzondere voorwaarden die bij gebruik ervan in acht moeten worden genomen;
c) - hetzij de naam of de handelsnaam en het adres of de maatschappelijke zetel,
- hetzij het handelsmerk,
van de fabrikant of de verwerker, dan wel van een in de Gemeenschap gevestigde verkoper.
2. De in lid 1 bedoelde aanduidingen moeten goed zichtbaar, duidelijk leesbaar en onuitwisbaar zijn aangebracht;
a) bij verkoop aan de eindverbruiker:
- hetzij op de materialen en voorwerpen of op de verpakkingen,
- hetzij op etiketten die op de materialen en voorwerpen of op de verpakkingen daarvan zijn aangebracht,
- hetzij op een bord dat zich in de onmiddellijke nabijheid van de materialen en voorwerpen bevindt en dat voor de kopers duidelijk zichtbaar is; in het geval van de in lid 1, onder c), bedoelde aanduiding mag van laatstgenoemde mogelijkheid echter alleen gebruik worden gemaakt indien deze aanduiding, of een etiket met deze aanduiding, om technische redenen noch in het stadium van vervaardiging, noch in dat van het in de handel brengen op genoemde materialen en voorwerpen kan worden aangebracht;
b) in de andere handelsstadia dan de verkoop aan de eindverbruiker:
- hetzij op de begeleidende documenten,
- hetzij op de etiketten op verpakkingen,
- hetzij op de materialen en voorwerpen zelf.
3. De in lid 1 bedoelde aanduidingen zijn evenwel niet verplicht voor materialen en voorwerpen die door hun aard kennelijk bestemd zijn om met levensmiddelen in aanraking te komen.
4. De in lid 1, onder a) en b), bedoelde aanduidingen zijn gereserveerd voor materialen en voorwerpen die voldoen aan:
a) artikel 2,
b) de bijzondere richtlijnen of, bij ontbreken van bijzondere richtlijnen, aan eventuele nationale bepalingen.
5. In de bijzondere richtlijnen zal moeten worden bepaald dat deze materialen en voorwerpen vergezeld moeten gaan van een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat zij aan de desbetreffende voorschriften voldoen.
Bij ontbreken van bijzondere richtlijnen kunnen de Lid-Staten bepalingen van die strekking handhaven of aannemen.
6. De Lid-Staten dragen ervoor zorg kleinhandel in de materialen en voorwerpen te verbieden indien deze niet van de overeenkomstig lid 1, onder a) en b), vereiste aanduidingen zijn voorzien in een de koper gemakkelijk te begrijpen taal, tenzij diens voorlichting op andere wijze geschiedt. Deze bepaling belet niet genoemde aanduidingen in verscheidene talen aan te brengen.