Art. 5 Richtlijn 89/109/EEG

Richtlijn 89/109/EEG

1. Indien een Lid-Staat na de vaststelling van één van de bijzondere richtlijnen aan de hand van een uitvoerige motivering wegens ter beschikking gekomen nieuwe gegevens of wegens een nieuwe beoordeling van bestaande gegevens vaststelt dat het gebruik van een materiaal of voorwerp voor de gezondheid van de mens gevaar oplevert, hoewel aan de bepalingen van die bijzondere richtlijn is voldaan, kan deze Lid-Staat de toepassing van de betrokken bepalingen op zijn grondgebied tijdelijk opschorten of beperken. Hij stelt de andere Lid-Staten en de Commissie daarvan onverwijld in kennis onder vermelding van de redenen die tot zijn besluit hebben geleid.

2. De Commissie onderzoekt zo spoedig mogelijk de door de in lid 1 bedoelde Lid-Staat opgegeven redenen in het kader van het Permanent Comité voor levensmiddelen; zij brengt onverwijld advies uit en neemt de passende maatregelen.

3. Indien de Commissie wijzigingen in de bijzondere richtlijn noodzakelijk acht om aan de in lid 1 genoemde moeilijkheden het hoofd te bieden en de bescherming van de gezondheid van de mens te waarborgen, leidt zij met het oog op de vaststelling van de wijzigingen de procedure van artikel 9 in; in dat geval kan de Lid-Staat die vrijwaringsmaatregelen heeft getroffen, deze handhaven totdat er wijzigingen zijn vastgesteld.

Vorige artikelen

Volgende artikelen