Art. 3 Richtlijn 89/109/EEG
1. Voor de in bijlage I genoemde groepen materialen en voorwerpen en, eventueel, de combinatie van deze materialen en voorwerpen gelden bijzondere richtlijnen.
2. De bijzondere richtlijnen alsmede de wijzigingen van de reeds bestaande bijzondere richtlijnen worden volgens de procedure in artikel 9 vastgesteld.
3. Zij kunnen met name bevatten:
a) de lijst van stoffen waarvan het gebruik is toegestaan, met uitsluiting van alle andere stoffen (positieve lijst);
b) de zuiverheidscriteria voor deze stoffen;
c) de bijzondere gebruiksvoorwaarden voor deze stoffen en/of materialen en voorwerpen waarin deze stoffen zijn gebruikt;
d) specifieke grenzen voor de migratie van bepaalde bestanddelen of groepen van bestanddelen in of op levensmiddelen;
e) een algemene grens voor de migratie van bestanddelen in of op levensmiddelen;
f) zo nodig voorschriften tot bescherming van de gezondheid van de mens tegen mogelijke gevaren wegens oraal contact met de materialen en voorwerpen;
g) andere voorschriften waarmee de naleving van het bepaalde in artikel 2 kan worden gewaarborgd;
h) de voor het toezicht op de naleving van de bepalingen onder d), e), f) en g) benodigde grondregels;
i) de voor de controle op de naleving van de bepalingen onder a) tot en met g) benodigde bemonsterings- en analysemethoden.
De voorschriften die van invloed op de volksgezondheid kunnen zijn, worden na raadpleging van het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding vastgesteld en moeten aan de in bijlage II genoemde criteria beantwoorden.