Art. 5 Richtlijn 89/107/EEG

Richtlijn 89/107/EEG

1. Een Lid-Staat kan, ten einde rekening te houden met de wetenschappelijke of technische ontwikkeling die sedert de vaststelling van een lijst overeenkomstig artikel 3 heeft

plaatsgevonden, de handel in en het gebruik van een additief behorend tot een van de categorieën van bijlage I, doch niet voorkomend op die lijst, onder de volgende voorwaarden voorlopig op zijn grondgebied toelaten:

a) de toelating moet beperkt worden tot een tijdvak van ten hoogste twee jaar;

b) de Lid-Staat moet een officiële controle uitoefenen op de levensmiddelen waarin het additief is gebruikt waarvan het gebruik is toegelaten;

c) de Lid-Staat kan bij de toelating voorschrijven dat de aldus vervaardigde levensmiddelen van een speciale aanduiding moeten worden voorzien.

2. De Lid-Staat stelt de overige Lid-Staten en de Commissie in kennis van de tekst van ieder krachtens lid 1 genomen toelatingsbesluit, en wel binnen een termijn van twee maanden na de datum waarop dit besluit van kracht is geworden.

3. Vóór het verstrijken van de in lid 1, onder a), vastgestelde termijn van twee jaar, kan de Lid-Staat bij de Commissie een verzoek indienen om het overeenkomstig lid 1 op nationaal vlak toegelaten additief in de overeenkomstig artikel 3 aangenomen lijst op te nemen. Tegelijkertijd verstrekt hij de documenten die volgens hem de opneming in deze bijlage rechtvaardigen en vermeldt hij het gebruik waarvoor dit additief is bestemd. Indien de Commissie het verzoek gerechtvaardigd acht, leidt zij de procedure van artikel 100 van het oog op de wijziging van de overeenkomstig artikel 3 aangenomen lijst. De Raad beslist, op voorstel van de Commissie, binnen 18 maanden nadat de zaak aan hem is voorgelegd.

4. Indien de Commissie binnen de in lid 1 bedoelde termijn van drie jaar geen voorstel overeenkomstig lid 3 indient, of indien de Raad niet binnen de in lid 3 bedoelde termijn van 18 maanden beslist, moet de nationale toelating worden ingetrokken. Tegelijkertijd dienen alle door andere Lid-Staten verstrekte toelatingen voor hetzelfde toevoegingsmiddel te worden ingetrokken.

5. Een nieuwe nationale toelating voor hetzelfde toevoegingsmiddel kan alleen worden verleend indien dit gerechtvaardigd is op grond van de wetenschappelijke of technische ontwikkeling sedert de in lid 4 bedoelde intrekking.

Vorige artikelen

Volgende artikelen