Art. 3 Richtlijn 89/107/EEG
1. Voor de additieven van de in bijlage I genoemde categorieën worden bijzondere bepalingen opgenomen in een algemene richtlijn waarin met name de reeds bestaande bijzondere richtlijnen inzake bepaalde categorieën additieven worden opgenomen. Deze richtlijn kan echter in fasen worden opgesteld.
2. De Raad stelt, op voorstel van de Commissie, volgens de procedure van artikel 100 A van het Verdrag vast:
a) de lijst van de additieven waarvan het gebruik met uitsluiting van enig ander additief wordt toegestaan;
b) de lijst van levensmiddelen waaraan deze additieven mogen worden toegevoegd, de voorwaarden waaronder deze toevoeging mag plaatsvinden en,in voorkomend geval,een beperking qua technisch gebruiksdoel;
c) de voorschriften inzake additieven die worden gebruikt als oplosmiddelen die als draagstof fungeren, eventueel met inbegrip van de daarvoor geldende zuiverheidseisen.
3. Volgens de procedure van artikel 11 worden vastgesteld:
a) de zuiverheidseisen voor de desbetreffende additieven;
b) zo nodig, de analysemethoden die nodig zijn om te controleren of aan de onder a) bedoelde zuiverheidseisen is voldaan;
c) zo nodig, de wijze van bemonstering en de methoden voor de kwalitatieve en kwantitatieve analyse van levensmiddelenadditieven in en op levensmiddelen;
d) andere voorschriften die nodig zijn om te bewerkstelligen dat aan de bepalingen van artikel 2 wordt voldaan.