Art. 6 Richtlijn 89/106/EEG

Richtlijn 89/106/EEG

1. De Lid-Staten mogen het vrije verkeer, het in de handel brengen en het gebruik van produkten die in overeenstemming zijn met deze richtlijn, op hun grondgebied niet belemmeren.

De Lid-Staten dragen er zorg voor dat het gebruik van deze produkten voor het doel waarvoor ze bestemd zijn, niet wordt belemmerd door regelingen of voorwaarden die worden opgelegd door overheidsorganen of particuliere instellingen die als overheidsbedrijf of op grond van een monopoliepositie als overheidsorgaan optreden.

2. De Lid-Staten mogen toestemming geven voor het op hun grondgebied in de handel brengen van produkten die niet onder artikel 4, lid 2, vallen, indien deze in overeenstemming zijn met de nationale bepalingen welke conform het Verdrag zijn, tenzij dit door de in de hoofdstukken II en III bedoelde Europese technische specificaties anders wordt bepaald. De Commissie en het in artikel 19 bedoelde Comité zullen de ontwikkeling van de Europese technische specificaties regelmatig volgen en onderzoeken.

3. Wanneer in de desbetreffende Europese technische specificaties zelf of in de basisdocumenten als bedoeld in artikel 3, lid 3, onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende klassen met verschillende prestatieniveaus, mogen de Lid-Staten de prestatieniveaus waaraan ook op hun grondgebied moet worden voldaan, uitsluitend in het kader van de op communautair niveau aangenomen indelingen en uitsluitend met gebruik van alle, enige of één klasse(n) vastleggen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen