Art. 18 Verordening (EEG) nr. 3665/87

Verordening (EEG) nr. 3665/87

1. Het bewijs dat deze douaneformaliteiten zijn vervuld, wordt geleverd door overlegging van:

a)het desbetreffende douanedocument, dan wel een kopie of een fotokopie daarvan, welke hetzij door de instantie die het origineel heeft geviseerd, hetzij door een officiële instantie van het betrokken derde land, hetzij door een officiële instantie van een Lid-Staat voor eensluidend is gewaarmerkt,

of b)het certificaat van inklaring, opgesteld op een formulier van het in bijlage II opgenomen model in een of meer officiële talen van de Gemeenschap en in een in het betrokken derde land gebruikte taal,

of c)enig ander door de douanediensten van het betrokken derde land geviseerd document waarin de produkten worden geïdentificeerd en de bedragen worden aangegeven en waaruit blijkt dat de produkten in dat land in het vrije verkeer zijn gebracht.

2. Indien evenwel door omstandigheden buiten de wil van de exporteur geen enkel van de in lid 1 genoemde documenten kan worden overgelegd of indien deze documenten onvoldoende worden geacht, kan het bewijs dat de douaneformaliteiten voor invoer tot verbruik zijn vervuld, geacht worden te zijn geleverd door overlegging van een of meer van de volgende documenten:

a)een kopie van het in het derde land of in een van de derde landen waarvoor de restitutie is vastgesteld, afgegeven of geviseerde lossingsdocument;

b)een verklaring inzake de lossing, die door een in het land van bestemming gevestigde of voor dat land bevoegde officiële instantie van een van de Lid-Staten is afgegeven en waaruit bovendien blijkt dat het produkt het havengebied heeft verlaten of althans dat het, voor zover deze instantie bekend, met het oog op wederuitvoer ervan niet opnieuw is verladen;

c)een verklaring inzake de lossing, die door een op internationaal niveau in controle en toezicht gespecialiseerde en door de Lid-Staat waar de douaneformaliteiten bij uitvoer zijn vervuld, erkende firma is opgesteld en waaruit bovendien blijkt dat het produkt het havengebied heeft verlaten of althans dat het, voor zover deze firma bekend, met het oog op wederuitvoer ervan niet opnieuw is verladen;

d)een door een in de Gemeenschap gevestigde erkende douane-expediteur afgegeven bankdocument, waaruit blijkt dat, wanneer het in bijlage III genoemde derde landen betreft, op de rekening die de exporteur bij de erkende douane-expediteur heeft lopen, het bedrag voor de betrokken uitvoer is gecrediteerd;

e)een door een officiële instantie van het betrokken derde land afgegeven verklaring van overname, wanneer het om een aankoop door dat land of door een officiële instantie van dat land of om een voedselhulptransactie gaat;

f)een door een internationale organisatie afgegeven verklaring van overname wanneer het om een voedselhulptransactie gaat;

g)een verklaring van overname door een instantie van een derde land waarvan voor de toepassing van artikel 43 van Verordening (EEG) nr. 3183/80 van de Commissie(1) inschrijvingen kunnen worden aanvaard, indien het een aankoop door die instantie betreft.

3. Bovendien moet de exporteur in alle gevallen een kopie of fotokopie van het vervoerdocument overleggen.

4. De Commissie kan volgens de procedure van artikel 38 van Verordening nr. 136/66/EEG en de overeenkomstige artikelen van de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der markten, bepalen dat in nader vast te stellen bijzondere gevallen het bewijs van de invoer als bedoeld in de leden 1 en 2 door overlegging van een bijzonder document of anderszins kan worden geleverd.

Uitspraken die dit artikel aanhalen