Art. 5 Verordening (EEG) nr. 2241/87

Verordening (EEG) nr. 2241/87

1. Kapiteins van vissersvaartuigen die de vlag voeren van een Lid-Staat of daar zijn geregistreerd, en waarmee wordt gevist op een bestand of groep bestanden waarvoor een totaal toegestane vangst (TAC) of quotum is vastgesteld, houden een logboek bij waarin zij ten minste de gevangen hoeveelheden, per soort, die aan boord worden gehouden, de datum van de vangsten, de plaats van de vangsten onder verwijzing naar de kleinste zone waarvoor een TAC of quotum is vastgesteld en wordt beheerd, en het gebruikte type vistuig vermelden.

2. Kapiteins van vissersvaartuigen die de vlag voeren van een Lid-Staat of in een Lid-Staat zijn geregistreerd en die een lengte hebben

a) van 10 meter of minder,

b) van meer dan 10 meter maar niet meer dan 17 meter wanneer zij een visreis maken van ten hoogste 24 uur, te rekenen vanaf het uur van vertrek uit de haven tot het uur van terugkomst in de haven, en wanneer zij niet in het Skagerrak of het Kattegat vissen, of

c) van 12 meter of minder wanneer zij in het Skagerrak of het Kattegat vissen,

zijn vrijgesteld van de in lid 1 omschreven verplichtingen.

3. De Lid-Staten treffen de dienstige maatregelen om de juistheid van de uit hoofde van lid 1 genoteerde gegevens te controleren.

Vorige artikelen

Volgende artikelen