Art. 1 Verordening (EEG) nr. 2241/87
1. Ten einde te waarborgen dat alle geldende regelingen met betrekking tot de instandhoudings- en controlemaatregelen worden nageleefd, draagt iedere Lid-Staat op zijn grondgebied en in de onder zijn soevereiniteit of jurisdictie vallende maritieme wateren zorg voor controle op de uitoefening van de visserij en bijkomende activiteiten. Hij inspecteert de vissersvaartuigen en alle activiteiten ten aanzien waarvan inspectie de mogelijkheid biedt de naleving van deze verordening te verifiëren, met name de aanvoer, de verkoop en de opslag van vis, alsmede de registratie van de aanvoer en de verkoop.
2. Wanneer de bevoegde autoriteiten van een Lid-Staat bij een krachtens lid 1 uitgevoerde controle of inspectie constateren dat de geldende regelingen met betrekking tot de instandhoudings- en controlemaatregelen niet zijn nageleefd, worden tegen de kapitein van het betrokken vaartuig of tegen elke andere verantwoordelijke persoon strafrechtelijke of administratieve stappen ondernomen.
3. Ten einde te waarborgen dat de inspectie zo doeltreffend mogelijk en met zo laag mogelijke kosten wordt uitgevoerd, cooerdineren de Lid-Staten hun controleactiviteiten en nemen zij maatregelen in het kader waarvan de bevoegde nationale autoriteiten en de Commissie elkaar regelmatig inlichten over de opgedane ervaring.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HvJ EU 29 oktober 2009, C-249/08, ECLI:EU:C:2009:672
- HvJ EU 14 november 2002, C-454/99, ECLI:EU:C:2002:652
- HvJ EU 1 februari 2001, C-333/99, ECLI:EU:C:2001:73
- Gerecht EU 19 oktober 2011, T-139/06, ECLI:EU:T:2011:605
- HvJ EU 14 november 2002, C-140/00, ECLI:EU:C:2002:653
- HvJ EU 25 april 2002, C-418/00, ECLI:EU:C:2002:263
- HvJ EU 11 juni 1991, 64/88, ECLI:EU:C:1991:240