Art. 11 Verordening (EEG) nr. 2241/87

Verordening (EEG) nr. 2241/87

1. Alle vangsten door vaartuigen die de vlag van een Lid-Staat voeren of die in een Lid-Staat zijn geregistreerd, uit een bestand of groep bestanden waarvoor quota gelden, worden, ongeacht de plaats van aanlanding, in mindering gebracht op het betrokken quotum.

2. Iedere Lid-Staat stelt de datum vast waarop, ten gevolge van de vangsten uit een aan quota onderworpen bestand of groep bestanden, verricht door vissersvaartuigen die de vlag van die Lid-Staat voeren of daar zijn geregistreerd, het voor deze Lid-Staat met betrekking tot dat bestand of die groep bestanden geldende quotum wordt geacht volledig te zijn gebruikt. Hij vaardigt met ingang van die datum een voorlopig verbod uit op het vangen van vis uit dat bestand of die groep bestanden door de bedoelde vaartuigen, alsmede op het aan boord houden, overladen en lossen voor zover de vangsten na die datum zijn gedaan en stelt een datum vast tot welke het overladen en het lossen of de laatste kennisgevingen over de vangsten zijn toegestaan. Deze maatregel wordt onverwijld medegedeeld aan de Commissie, die de overige Lid-Staten hiervan in kennis stelt.

3. Na ontvangst van een mededeling uit hoofde van lid 2, of op eigen initiatief, stelt de Commissie op de grondslag van de beschikbare gegevens de datum vast waarop voor een bestand of groep bestanden ten gevolge van de vangsten die zijn onderworpen aan een TAC, een quotum of een andere kwantitatieve beperking en die zijn verricht door vissersvaartuigen die de vlag van een Lid-Staat voeren of in een Lid-Staat zijn geregistreerd, het quotum, de toewijzing of het beschikbare deel voor deze Lid-Staat of in voorkomend geval voor de Gemeenschap worden geacht te zijn opgebruikt.

Bij de beoordeling van de in de eerste alinea bedoelde situatie licht de Commissie de betrokken Lid-Staten in over de vooruitzichten in verband met een eventuele stopzetting van de visserij ingevolge het opgebruiken van de TAC. Vissersvaartuigen die de vlag van een Lid-Staat voeren of daar zijn geregistreerd, zetten het vissen op een bestand of groep bestanden waarvoor vangstquota gelden, stop op de datum waarop het aan die Lid-Staat toegewezen quotum voor de soort van het betrokken bestand of groep bestanden wordt geacht volledig te zijn gebruikt; deze vaartuigen zetten het aan boord houden, overladen, lossen of doen lossen van dergelijke vangsten stop voor zover deze na die datum zijn gedaan.

4. Wanneer de Commissie overeenkomstig lid 3, eerste alinea, de visserijactiviteiten heeft stopgezet, omdat de TAC, het quotum, de toewijzing of het beschikbare deel voor de Gemeenschap is opgebruikt en het haar voorkomt dat een Lid-Staat het quotum, de toewijzing of het deel waarover hij beschikt voor het betrokken bestand of de betrokken groep bestanden, niet heeft opgebruikt, zijn de onderstaande bepalingen van toepassing.

Indien een Lid-Staat nadeel heeft ondervonden doordat er een vangstverbod werd opgelegd voordat het quotum van deze Lid-Staat was opgebruikt en indien dit nadeel niet werd opgeheven door toepassing van de procedure van artikel 5, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 170/83, wordt de kwestie overeenkomstig artikel 15 van genoemde verordening voorgelegd aan het Comité van beheer voor de visbestanden.

Overeenkomstig de procedure van artikel 14 van die verordening worden er maatregelen getroffen om het geleden nadeel op passende wijze op te heffen. Deze maatregelen kunnen leiden tot verminderingen ten aanzien van de Lid-Staat die zijn quotum, zijn toewijzing of zijn aandeel heeft overschreden; de aldus in mindering gebrachte hoeveelheden worden op passende wijze toegewezen aan de Lid-Staten wier visserijactiviteiten zijn stopgezet voordat hun quota waren opgebruikt.

Bij de verminderingen en de daarop volgende toewijzingen wordt bij voorrang rekening gehouden met de soorten en de zones waarvoor quota, toewijzingen of jaarlijks beschikbare delen zijn vastgesteld. Deze verminderingen en toewijzingen kunnen geschieden in het jaar waarin het nadeel ontstond of in de loop van het daaropvolgende jaar of de daaropvolgende jaren.

De uitvoeringsbepalingen van dit lid en met name de wijze waarop de betrokken hoeveelheden worden bepaald, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 170/83.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen